Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn wil, het voordeel van dit vermoeden te verzekeren ').

De strafactie en de civiele vordering hebben dus een geheel zelfstandig bestaan en moeten ook in den regel ieder"op zichzelf worden ingesteld en uitgewezen. Op deze laatste bepaling bevat onze wet echter eene belangrijke uitzondering door de bevoegdheid aan de benadeelde partij gegeven, om hare civiele vordering bij de strafactie te voegen, indien zij haar binnen de bepaalde grenzen wil beperken. Volgens do artt. 44 lid 3, 56 lid 3 en 92 lid 3 der R. O. en de artt. 202 en 253 4°. Sv., mag de strafrechter ook kennis nemen van do civiele vordering, uit de aan zjjn oordeel onderworpen handeling voortspruitende, indien die vordering bij den kantonrechter beperkt blijft tot vijftig gulden en bij de rechtbank en hoogen raad tot honderd vijftig gulden. In die gevallen wordt de vordering der zoogenoemde beleedigde partij bij de strafactie gevoegd en tegelijk met deze beslist. De wijze, waarop die voeging plaats heeft, wordt geregeld in de derde paragraaf van den vierden titel, artt. 202—208, in welke artikelen ook de rechten der benadeelde partij nader worden omschreven. Wij komen daarop later terug -).

Wij wezen zooeven op een geval, waarin de instelling eener strafactie de instelling eener burgerlijke rechtsvordering tijdelijk tegenhoudt. Daarnaast kent onze wet een voorschrift waardoor een reeds aanhangig civiel geding door een strafrechtelijk onderzoek wordt geschorst. Indien namelijk in eene civiele procedure vernjoedens vau valschheid of vervalsching rijzen van in het geding gebrachte stukken tegen nog levende personen, zullen volgens art. 193 Wetb. van Burg. Regtsv. de stukken in handen van het O. M. worden gesteld ten einde bij den bevoegden rechter in strafzaken te worden onderzocht. In dat geval blijft het burgerlijk geschil geschorst tot na de beslissing van den rechter in strafzaken.

Van meer belang echter dan de invloed van het strafgeding

') De Pinto, Hundl. Strafv., bl. 48 en 49, bestrijdt deze bepaling op volkomen juiste gronden.

s) Hen vgl omtrent het beginsel, in onze wet omtrent de voeging van strafactie en civiele actie aangenomen, de Pinto, Rechter]. Org.™ bl. 139 en 140 en van tiigch, De beleedigde partij, in T. v. Str., II 385—390

Sluiten