Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vereischt uit den aard der zaak de medewerking van tal van personen, van wie hetzij door hunne verklaringen, hetzij op'■. andere wijze de bewijsmiddelen moeten worden verkregen voor het vellen van een oordeel noodig. De personen, die uls getuigen mededeelingen kunnen doen, moeten daartoe voor den rechter verschijnen en tot die verschijning eventueel kunnen worden gedwongen. Daarnaast moet de rechterlijke macht ook in de gelegenheid zijn, voorwerpen, die tot het misdrijf in betrekking staan, op te sporen en in beslag te nemen, en schriftelijke bewijsstukken, waarvan de uitlevering geweigerd wordt, door dwangmiddelen tot hare beschikking te krijgen. Eindelijk kan ook voor eene goede rechtspleging de medewerking van den beklaagde noodig zjjn. De gelegenheid moet dus bestaan om dezen te dwingen voor den rechter te verschijnen, en de belangen bij de strafrechtspleging betrokken kunnen zelfs vorderen, dat de justitie zich door eene aan de veroordeeling voorafgaande aanhouding van den persoon van den verdachte of beklaagde verzekert. De verschillende dwangmiddelen, welke onze wet tot de hiervoren omschreven doeleinden kent, zullen nu achtereenvolgens nader worden beschouwd.

§ 2. Dwangmiddelen tegen getuigen en deskundigen.

"Wanneer bij het vooronderzoek of bij de behandeling eener zaak ter terechtzitting, het verhoor van personen als getuigen noodig is, geschiedt hunne dagvaarding op de hierboven omschreven wijze '). Tijdens het vooronderzoek komt het recht om een getuige te doen oproepen, volgens art. 61 en art. 100 lid 4 Strafv., alleen toe aan den rechter-commissaris, terwijl de dagvaarding plaats vindt op last van het O. M. Bij het eindonderzoek kan het O. M. de getuigen doen oproepen, die het noodig oordeelt, art. 142 Sv., en is het verplicht de getuigen te doen dagvaarden, die daartoe door den president der rechtbank op verzoek van den beklaagde worden aangewezen, art. 146 lid 1. Volgens dit zelfde artikel heeft ook de beklaagde

i) Bl. 68 en 69.

Sluiten