Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij het stilzwijgen der wet zal het reeht van de justitie, om aan de post toevertrouwde brieven in beslag te nemen, niet mogen worden erkend ')• Hetzelfde zal dunkt mjj ook moeten gelden ten opzichte van inbeslagneming van telegrammen, al wordt in de Grondwet over het geheim daarvan niet gesproken. In de praktijk werden meermalen door het Bestuur der telegrafie op last van den Minister, onder wien deze tak van staatsdienst ressorteert, gegeven aanleiding van een verzoek van het Departement van Justitie, telegrammen aan de justitie uitgeleverd. Regeling van dit onderwerp blijft dringend vereischt.

Ten slotte vermelden wij, dat in art. 276 aan alle openbare of bijzondere bewaarders van stukken , op straffe van daartoe bjj lijfsdwang genoodzaakt te worden, de plicht wordt opgelegd, op bevel van den rechter een stuk, dat verdacht wordt valsch of vervalscht te zijn, ter griffie van rechtbank of hof in bewaring te geven. Dit is het eenige geval, waarin de plicht tot uitlevering van voorwerpen in het belang der justitie, de zoogenaamde „Editionspflichtin ons reeht is erkend. De vraag, of de erkenning van deze verplichting ten grondslag moet worden gelegd aan de regeling van het onderwerp der inbeslagneming, werd naar aanleiding van het wetsvoorstel van den Minister van der Kaay, meer in het bijzonder tot die regeling bestemd, ingediend in April 1896 maar door zijn opvolger ingetrokken, in verschillenden zin besproken, eerst door mij en toen door mr. S. M. S. de Ranitz in Themis 1896 bl. 380 vlg. en 1897 bl. 88 vlg.

§ 4. Medebrenging, aanhouding en gevangenneming van verdachte of beklaagde.

De verdachte of beklaagde, die door den rechter moet worden gehoord, wordt daartoe bij dagvaarding opgeroepen, welke, beteekend op de vroeger besproken wijze, tijdens het vooronderzoek uitgaat van den rechter-commissaris, voor de behandeling ter terechtzitting van den ambtenaar van het openbaar ministerie. Bij de voorloopige informatiën heeft de

') Zie mijn aangehaald praeadvies, bl. 335 vlg.; Pols, t. a. p. bl. 83, en mr. Mensing van Charante, t. a. p. bl. 121 vlgg.

Sluiten