Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ming zou zijn toegelaten op grond hetzjj van gegronde vrees voor vlucht van den verdachte, hetzjj van eenige reden van maatschappelijke veiligheid, met bepaling dat de grond op straffe van nietigheid met name moest worden vermeld. De C. v. R. oordeelde deze redactie vooral met het oog op de gegeven toelichting dubbelzinnig en wist den minister te bewegen het artikel te wijzigen in den zin zooals het thans luidt.

Deze wijziging lokte daarop in de Kamer eene belangrijke beraadslaging uit. Bjj de behandeling van een amendement op art. 43, had de heer van Blom, lid van deC. v. R., sprekende over de wijzigingen op voorstel der commissie in art. 88 (thans art. 86) gebracht, gezegd „dat nu deredenen, die tot de beslissing van het bestaan dier gewichtige gronden leiden, moeten gespecificeerd en omschreven worden" '). De heer Y erniers van der Loeff nam acte van deze verklaring, doch meende, dat het voorgedragen artikel 88 deze interpretatie geenszins rechtvaardigde. Z. i. sloeg liet woord reden in de tweede alinea alleen op reden van maatschappelijke veiligheid in de eerste alinea, en niet ook op de gegronde vrees voor vlucht, en vorderde bovendien de voorgestelde redactie alleen, dat de reden met name werd genoemd, niet dat van haar bestaan werd rekenschap gegeven. De minister antwoordde dat naar zijn gevoelen het woord reden in de tweede alinea ook sloeg op gegronde vrees voor vlucht, waarop de heer v. d. Loeff nog nader de vraag stelde, of ook naar de meening van den minister de rechter volgens het artikel eene omschrijving zou hebben te geven van de redenen, die geleid hebben tot de beslissing van het bestaan der gronden. De minister antwoordde eenvoudig: „Dat spreekt van zelf"; doch de heer v. d. Loeff was van de juistheid dier van zelf sprekende interpretatie nog niet overtuigd en stelde nu voor om de tweede alinea te doen luiden: „De gronden, met redenen omkleed, worden op straffe van nietigheid in de beschikking met name vermeld." Deze wijziging werd bestreden door de heeren Kist en v. Blom, leden der C. v. R., en door den heer Lohman , doch vooral door de eerste twee op zeer verschillende

') Smidt, 1 127.

Sluiten