Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gronden. Terwijl toch de heer v. Blom met de gedachte van den voorsteller vrij wel instemde en in hoofdzaak alleen redactie-bezwaren opwierp, handhaafde de heer Kist de meening, dat door toevoeging van het woordje andere in de eerste alinea allo dubbelzinnigheid was vermeden, en dat nu voortaan de rechter moest vermelden, of hij de preventieve hechtenis toepaste uit vrees voor vlucht, uit vrees voor omkooping van getuigen, voor het wegmaken van stukken van overtuiging of om eenige andere dergelijke reden, zonder dat hij echter behoefde te motiveeren waarom hij het bestaan dier reden aannam. De Voorzitter van de C. v. R., zwijgend over do interpretatie van den minister, verdedigde dus eene veel beperkter opvatting. Bij een later betoog van den minister luidde diens uitspraak veel minder beslist doch aan het slot der discussie meende hij wederom te mogen constateeren, „dat het alsnu genoegzaam gebleken was, wat de bedoeling is der beide alineas." Een voorstel tot redactie-verduideljjking, door den heer Lohman gedaan, werd dan ook door den minister en later ook door de C. v. R. ter zijde gesteld, en ten slotte werd het amendement van den heer v. d. Loeff met 28 tegen 24 stemmen verworpen '). Ik geloof niet, dat nu de door den minister bij de discussie gegeven interpretatie zal mogen worden gevolgd, maar meen dat, jammer genoeg, die van den heer Kist ongetwijfeld de juiste is. In de eerste alinea wordt de preventieve hechtenis toegelaten op grond van eenige gewichtigo reden van maatschappelijke veiligheid. Eene van die redenen wordt uitdrukkelijk vermeld, en verder aan de prudentie van den rechter overgelaten, welke andere redenen nog meer als zoodanig zullen kunnen worden beschouwd. De tweede alinea vordert verder niets anders, dan dat de reden, die heeft gegolden, hetzij dan vrees voor vlucht of eenige andere, met name in de beschikking worde vermeld. Waarom de rechter echter die reden in eenig geval als voldoende of als aanwezig heeft beschouwd, behoeft niet te worden aangewezen 2).

') Men zie de tamelijk verwarde discussie bij Smidt, I 314—322. 2) Zie mr. A. A. de Pinto, Het herziene W. v. Sv., I bl. 378. De praktijk is geheel gevestigd in den in den tekst aangegeven zin. Vgl. ook H. R. 30 Juni 1890; W. 5907; P. v. J. 1890 n°. 85.

Sluiten