Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het verleencn van den rechtsingang bekend geworden. Voor de uitvaardiging vnn dit bevel is eene vordering van den officier geen vereischte; de recl.ter-commissaris kan dit bevel ook ambtshalve geven. Dezelfde bevoegdheid heeft hij ook volgens art. 80, wanneer gedurende het onderzoek eenig straf baar feit plaats heeft. Daarentegen is eene vordering van den officier van justitie wel noodig in het geval van art. 104, welk artikel aan den rechter-commissaris de bevoegdheid geeft, wanneer uit de instructie gewichtige bezwaren tegen anderen dan den beklaagde ontstaan, tegen hen een bevel van voorloopige aanhouding te verleen en. Volgens al deze bepalingen mag het bevel alleen worden gegeven in dc gevallen en op de gronden in art. 80 vernield.

Eindelijk heeft de rechter-commissaris en, zoolang deze niet ter plaatse is, de officier van justitie het recht om een bevel van voorloopige aanhouding te geven in het geval van heeter daad, volgens art. 45. Over de interpretatie van dit artikel is een belangrijke strijd ontstaan, vooral van belang met het oog op den omvang van het zeer bijzondere recht, hier aan den officier van justitie toegekend. Geheel nieuw is deze quaestie niet, daar zij in een anderen vorm ook reeds vóór dc herziening van het wetboek bestond. Volgens art. 39 oud, correspondeerende met ons tegenwoordig art. 41 , was elke dienaar van de openbare macht verplicht ingeval van heeter daad den verdachte aan te houden en voor den officier van justitie of een der hulp-officieren te brengen. Gold het een geval, waarin eene voorloopige aanhouding niet was toegelaten, dan moest door den officier van justitie of den hulp-officier procesverbaal worden opgemaakt en de aangehoudene dadelijk in vrijheid gesteld. Was er daarentegen grond tot voorloopige aanhouding en was de verdachte door een bijzonderen persoon of door eenen hulp-officier gevat, dan moesten deze den verdachte dadelijk aan den officier overgeven, opdat deze de gevangenneming kon doen geschieden '). Wanneer was nu echter de

) Niet voorzien was en is in het meest voorkomende geval, dat de verdachte die in preventieve hechtenis zou kunnen worden gesteld, door een anderen ambtenaar of beambte gevat, voor den hulp-officier wordt gebracht. Üe praktijk

Sluiten