Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

officier vnn justitie bevoegd zelf een bevel van voorloopigo aanhouding uit te vaardigen P Art. 43 oud gaf die bevoegdheid, doch daar dit artikel, volgende op artikel 41, alleen geacht kon worden te slaan op misdaden, was dus de hier verleende bevoegdheid ook alleen tot misdaden beperkt. Sommigen meenden daarentegen, dat de bepaling van art. 30, waarin verwezen werd naar de bepaling van art 53, de macht verleende om ook bjj wanbedrijven, voorzoover art. 88 lid 2 (oud) daarbjj preventieve hechtenis toeliet, een bevel van voorloopige aanhouding uit te vaardigen ').

Dit gevoelen werd echter verworpen bij arrest van den lloogen raad van 25 November 1802; W. nu. 2487 en daarbij de bevoegdheid van den officier om een bevel van voorloopige aanhouding te geven beperkt tot het geval dat er een misdaad was gepleegd, zoodat, indien in de praktijk toch buiten dat geval door den officier aanhouding werd gelast, daaraan geene rechtskundige beteekenis mocht worden gehecht, en de rechtbank niet een bevel van gevangenhouding maar van gevangenneming moest verleenen. Anders zou het zijn volgens het oorspronkelijke herzieningsontwerp. Bij dit ontwerp werd de bevoegdheid van den officier uitgebreid tot alle strafbare feiten, waarvoor preventieve hechtenis werd toegelaten. I)e artt. 43 vlg. werden van toepassing verklaard op alle strafbare feiten, aan de kennisneming van de rechtbank onderworpen, en in art. 45 werd bepaald, dat de aanhouding mocht plaats vinden in de gevallen in art. 86 vermeld, en tevens op de bij dat artikel aangegeven gronden. Nu werd echter liij de behandeling in de Tweede Kamer de toepasselijkheid van de artt. 43 vlg. beperkt tot de feiten , waarop ten minste een maximum van vier jaren is gesteld en zoo is de vraag gerezen, of ook thans nog aan art. 45 dezelfde uitgebreide strekking mocht worden gegeven. Het antwoord op deze zeer betwiste en in

neemt aan, dat de hulp-officier dan handelen moet alsof hij den verdachte zelf had gevat. Vgl. H. v. d. Hoeven, T. v. Str., I hl. 347 vlg. Een recht voor den hulp-officier van justitie, om zelf een bevel van voorloopige aanhouding uit te vaardigen kan, dunkt mij, uit onze wet niet worden afgeleid, behalve natuurlijk in het bijzondere geval van art. 55.

') De Pinto, t. a. p., bl. 107.

Sluiten