Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu wij van cene herziening van het Wetboek van Strafvordering verder dan ooit verwijderd schijnen, moet op eene wijziging van de bepalingen betrekkelijk de preventieve hechtenis krachtig worden aangedrongen

/)/ u i bv 7. ■/ *1^., rp >■ . A' J. ■ So.

HOOFDSTUK IV.

Het voorbereidend onderzoek.

§ 1. Algemeene beschouwingen.

Het strafproces kan in drie afdeelingen worden gesplitst, lot de eerste behoort dat gedeelte, waarin het onderzoek naar de gepleegde daad en den dader wordt ingesteld, noodig om de behandeling ter terechtzitting mogelijk te maken, he^dusgenaamde vooronderzoek of voorbereidend onderzoek; de tweede bestaat uit de behandeling ter terechtzitting en wat daarmee in onmiddellijk verband staat, in de Duitsche wet als „Hauptverfahren bekend; de derde wordt ingenomen door 3e toepassing der rechtsmiddelen tegen het in eersten aanleg begeven vonnis. De tenuitvoerlegging van het vonnis begint eeTst nadat het strafproces is afgeloopen.

Het vooronderzoek kan op zjjne beurt wederom in twee gedeelten worden onderscheiden en wel in het opsporingsonder- i zoek en in de eigenlijk gezegde instructie,", terwjjl dan als j onderdeel van het opsporingsonderzoek de voorloopige informatiën afzonderlijke vermelding behoeven. Het is echter allerminst noodig, dat een strafproces alle phasen van het vooronderzoek doorloopt; de vraag, in hoeverre dit noodzakeljjk

is, hangt geheel af van de bijzondere omstandigheden van elke concrete zaak.

Het opsporingsonderzoek kan geschieden door het Openbaar/

>) Men zie omtrent het onderwerp der preventieve hechtenis de belan°riike adviezen van mrs A. J. Royaards en Jos. van Raalte voor de JuristenVereen,ging Handelingen 1897, I hl. 1-62 en 103-135 en de discussien naar aanleiding daarvan II bl. 109-220. Voorts het opstel van mr. B E Asscher m Themis 1897 bl. 545 vlg., het academisch proefschrift'van

^ da Q,ae,sne van Brichem, De preventieve hechtenis, Utrecht 1904 en mijne artikelen in W. v. h. R. nos. 8435, 8437, 8440 en 8441.

Sluiten