Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de allereerste plaats wordt in dat artikel ontdekking op heeter daad genoemd . wanneer het strafbaar feit wordt ontdekt, terwijl het gepleegd wordt, of terstond nadat het gepleegd'' is. Wanneer van een delict gezegd kan worden, dat het nog gepleegd wordt, hangt behalve van de omstandigheden af van den aard van het misdrijf; ook bjj een zoogenaamd materieel delict, d. w. z. een delict tot welks voltooiing een bepaald gevolg vereischt wordt '), kan echter slechts van „gepleegd worden" gesproken wordpn, zoolang de dader met zijne handeling bezig is; de tijd, die verloopt tusschen het voltooid zijn van zijne handeling en het ontstaan van het constitutief gevolg, komt hier niet in aanmerking; een voortdurend delict, zooals het iemand opzettelijk wederrechtelijk van zijne vrijheid beloofd houden, art. 282 Sw., wordt gepleegd zoolang de dader den verboden toestand doet voortduren. Of de ontdekking zal kunnen geacht worden geschied te zijn „terstond nadat het feit gepleegd is zal natuurlijk naar de omstandigheden moeten worden beoordeeld. Het begrip van heeter daad vordert ook hier eene enge interpretatie, al is bet de vraag of, nu de wetgever spreekt over de ontdekking van het feit en niet over de betrapping van den dader, men het recht heeft te vorderen, dat de ontdekking op een dusdanig oogenblik geschiedt, waarop de dader nog op het terrein van het misdrijf of in de onmiddellijke nabijheid is2).

De Code d'Instruction Criminelle bevat in art. 41 naast deze twee gevallen nog een tweetal andere, die met het bestaan van een „flagrant délit" worden gelijk gesteld. Onze wet gaat in dat opzicht nog eene schrede verder door te bepalen, dat ook in die gevallen ontdekking op heeter daad plaats vindt ). Volgens art. 40 moet dit worden aangenomen, wanneer iemand terstond na het plegen van het strafbaar feit door het openbaar gerucht als dader wordt vervolgd, d. w. z. door ièdereen als het ware met den vinger als de dader wordt

*) Leerboek, I bl. 32. 'op. '

*;I Aldus Pols, t. a. p. bl. 101, de Pinto, Handl. Strafv., bl. 101. Anders doch te ruim de opvatting van de Bosch Kemper, Strafv., I bl. 240. " 3) De Piato, t. a. p. bl. 100, <— ^

.( / * / - TS / ■

Sluiten