Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt op belangrijke wijze afgeweken van de algemeene voorschriften, in de artt. 110 vlg. omtrent de huiszoeking gegeven. Zoowel deze voorschriften als de bjjzondere bepalingen voor de huiszoeking bij heeter daad werden reeds vroeger besproken ').

Bij de werkzaamheden, hierboven omschreven, kan de officier de hulp van anderen behoeven. Allereerst kan hij zich doen f ter zijde staan door de vereischte politiebeambten; volgens de bepaling van art. 43 lid 3 zal hij moeten zorgen, dat deze, zoo noodig, ter plaatse aanwezig zjjn 2). In de tweede plaats kan hij zich doen bijstaan door een of meer deskundigen, ten einde zich de vereischte voorlichting te doen verschaffen. De daartoe opgeroepen deskundigen zjjn volgens art. 52 lid 1 verplicht hunne diensten te verleenen 3) — doen zij het niet dan zjjn zij strafbaar volgens art. 192 of art. 444 Sw. —en moeten in handen van den officier den eed afleggen, dat zij hem naar hun geweten verslag zullen geven.

Zoodra het onderzoek is afgeloopen en de rechter-commissaris niet reeds de taak van den officier heeft overgenomen, zal deze volgens art. 53 al de door hem opgemaakte processenverbaal en de in beslag genomen voorwerpen doen toekomen aan den rechter-coinmissaris en daarbjj voegen zoodanig requisitoir als hjj zal noodig achten. Deze bepaling bevat voor vele gevallen een geheel onnoodig voorschrift, daar de officier, wanneer zjjn eigen onderzoek de zaak voldoende tot helderheid heeft gebracht, bevoegd is haar door eene rechtstreeksche dagvaarding bij de rechtbank aanhangig te maken, in welk geval de tusschenkomst van den recliter-commissaris geheel overbodig is. En indien met het oog op de preventieve hechtenis rechtsingang, hetzij met hetzjj zonder instructie, noodig is, is de tusschenkomst van de rechtbank, niet die van den rechter-commissaris, gevorderd.

») Vgl. bl. 93-95.

2) Smidt, t. a. p. bl. 110. Daar de officier de bevoegdheid niet heeft te bevelen over de gemeentelijke politie, zal men hier onder politiebeambten wel rijksveldwachters moeten verstaan.

3) Zie hierboven bl. 92 en 93.

Sluiten