Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De opgeroepen en verschenen getuigen zullen door den R. C. ieder afzonderljjk worden gehoord, doch kunnen ook met elkander worden geconfronteerd. art. 62.

Zij zullen na de beantwoording der vragen omtrent naam, woonplaats, ouderdom enz. beloven de geheele waarheid en niets dan de waarheid te zullen zeggen. Eene beëediging van hunne verklaring vindt niet plaats; de C. v. R. had voorgesteld om in art. 63 als tweede lid de bepaling op te nemen dat indien een getuige in levensgevaar verkeert of geene vaste woon- of verblijfplaats hier te lande heeft, de rechter-commissaris bevoegd zou zijn hem den eed of de belofte te doen afleggen, doch die amendement, bestreden door den minister van justitie, vermocht de goedkeuring der Kamer niet te verwerven ').

Wanneer de getuige de Nederlandache taal niet verstaat, kan zjjn verhoor plaats vinden door middel van een tolk'^ art. 69. Anders dan voor het onderzoek ter terechtzitting! art. 183, is dit echter hier niet verplichtend gesteld, maar de al dan niet noodzakelijkheid aan de prudentie van den R. C. overgelaten. Behalve de regeling, die art. 69 geeft voor het geval dat de getuige een vreemdeling is, voorziet het mede in het geval, dat de getuige doofstom is of tijdelijk of voortdurend buiten staat is te hooien of te spreken. Het verhoor moet dan schriftelijk geschieden door tusschenkomst van den griffier, die de vragen op schrift stelt, waarop de getuige mede schriftelijk antwoordt, en eerst als de getuige ook niet schrijven kan, is er sprake van het optreden van een geschikt persoon als tolk. De bepaling van art. 185, dat deze tolk slechts zestien jaar behoeft te zijn in plaats' van achttien, komt in art. 69 niet voor.

Een ieder, die als getuige is gedagvaard en volgens zijne verplichting is verschenen, is gehouden getuigenis van de waarheid af te leggen, art. 66. Verbodsbepalingen, dat zekere categorieën van personen niet als getuigen mogen worden gehoord,

i) Smidt, t. a. p. bl. 182 — 187. Vgl. over de beëediging van getuigen bij de voorloopige informatiën of in de instructie mr. A. A. de Pinto, Het herziene W. v. Sv., I bl. 270—274 en mr. Bergsma, t.a. p. bl. 256- 258.

Sluiten