Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de C. v. R. en den minister, door de Tweede Kamer aan genomen en die hoofdzakelijk ten doel hadden om den rechter-

andeTkaantongoeflegenhH-d * ^ ^' Z°° de verdachte in een

andei kanton of arrondissement woont, zijn verhoor op te dra-en va°dat kai"°° °f den

hoo«r„D „fT den """'«-h-.

ooien op of naar aanleiding der aan hem door zijn ambtfandenT" Vr"fgP","<,° '>• Deze bevoegdheid wordt ,h»„.

Z. toeg„kcIld jn

op^gèliilie l'u "l 'j- °0k de "'"""I""* t,n '1'-" verdachte

ook art 69 w" \ 71 s^den, terwijl

van een tolt In . , verho1"Je tu.schenkom.t

iemand H; k •, aanzleu va" het hooren van

dén 1'h.tl h" " ,er"chÖM". verdachte met

getuigt wordt gelijkgesteld. Art. 67 lid 2 handhaaft

overigen, het »oor,ehrift, dat bij „iet veraehijning van dên ",üe met door dwmsaiddeL

Zooals reeds hierboven werd behandeld bij de bespreking dei preventieve hechtenis, kan de rechter-commissaris indief

beve7'rar f bePaHng Van art" ?9' bestaan, een

vaarLln tT T aanhoudinS teS™ een verdachte uitardi0en. Indien dit bevel niet onmiddellijk op het hooren

uren na ziea' m°* hfi biimeD Vier en twintiS De LT? üPrmig m dG geVa^enis ^hoord worden.

Wekboek tr,8 S ""Z" ^ di« "«

etooek van 1838 met voorkwamen.

de Het eerste artikel is opgenomen op een amendement van bevoeirdhiii 1 ^ ,eent aan den rechter-commissaris de van Si °m' Tet iD °Verle^ met den

ambtenaren ' aaD a Ulp"ufficieren van justitie en aan de h* doorhl geüt 1U art' 8 1,08 1 en 7' in het belang van OD te1 . °nderzoek' het doen van nasporingen

P agen en hun ook andere bevelen te geven. Daar de

') Smidt, I 177-182.

2) Smidt, I 202-204; mr. A. A. de Pinto, t. a. p„ I bl. 289-291.

Sluiten