Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hier genoemde ambtenaren in het algemeen niet onder de bevelen staan van den rechter-commissaris, had deze de hem in art. 78 verleende bevoegdheid vroeger niet.

Art. 80 strekt ter vervanging van het vroegere art. 307. De regeering meende, blijkens de M. v. T. ad art. 19 van haar ontwerp, dat eene bepaling,.als nu opgenomen is in het tweede lid van art. 80, overbodig was door de bepaling van art. 39, doch de C. v. R. merkte terecht op, dat de rechtercommissaris niet behoort tot de in dat artikel bedoelde ambtenaren en dus aan dnt artikel geen rechten kan ontleenen ').

Art. 80 tweede lid bepaalt thans, dat zoo tijdens en bij het onderzoek van den rechter-commissaris eenig strafbaar feit wordt gepleegd, hij daarvan proces-verbaal zal opmaken en dit aan den officier zal opzenden, terwijl hij tevens, evenals in art. 45j°. art. 54 bij de ontdekking op heeter daad bepaald is, een bevel tot voorloopige aanhouding zal kunnen uitvaardigen.

Het eerste lid eindelijk van art. 80 geeft den rechter-commissaris de bevoegdheid om, zoo een der aanwezigen de stilte stoort of teekenen van goed- of afkeuring geeft, den persoon die dit doet, na waarschuwing of bevel om zich te verwijderen, te doen verwijderen 2).

§ 5. Yan het verleenen van rechtsingang en het openen der instructie3).

De zoogenaamde unificatie van de misdaden en wanbedrijven in het Wetboek van Strafrecht moest bij de herziening van het Wetboek van Strafvordering leiden tot belangrijke wijzigingen. Tot die herziening was bij misdaden eene instructie krachtens rechtsingang van de raadkamer der rechtbank verplichtend ; correctioneele zaken daarentegen konden rechtstreeks door den officier van justitie bij de rechtbank worden

') Sraidt, t. a. p. bl. 206.

J) Vgl. art. 185 Sw.; Leerboek, II bl. 295 en 296.

3) Zie over de in den derden titel nieuw opgenomen bepalingen bij de wet van 12 Februari 1901, art. 856/», art. 86 lid 4, art. 93 lid 3, art. 95 lid 3, art. 95ii's, art. 100 lid 2 en 3, art. 108 lid 2, art. 119 lid 3, art. 127 lid 5. art. lSlbis en art. 140 lid 2, en over enkele bij die wet in andere artikelen gebrachte wijzigingen, hierna de Vijfde Afdeeling.

Sluiten