Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook in dit geval, wanneer de rechtbank eene instructie niet noodig acht, eene onmiddellijke verwijzing naar de terechtzitting plaats grjjpen, en in verband daarmee i9, met het oog op het voorschrift van art. 85 lid 2, op voorstel der C. v. R. in art. 145 de bepaling opgenomen, dat de officier, alvorens de zaak bij de raadkamer aanhangig te maken, vooraf zoo noodig den beklaagde door den rechter-commissaris zal kunnen doen hooren. Een recht, om den beklaagde te dwingen voor den rechter-commissaris te verschijnen, bestaat niet. Trouwens eene behoorlijke oproeping is voor art 85 lid 2 voldoende.

De artikelen 82 en vlg. handelen over de verschillende beslissingen, die door de raadkamer naar aanleiding van het requisitoir van den officier, volgens art. 81 ingediend, kunnen worden genomen. De wetgever onderscheidt daarbij vier gevallen: onbevoegdheid van den rechter (art. 82), niet aanwezig zijn van een recht tot strafvervolging (art. 83), niet voldoende aanwijzing van het feit of van de schuld van den verdachte

(art. 84), het bestaan van voldoende redenen tot verwijzing of tot het openen eener instructie (art. 85).

Art. 82 handelt over het eerste geval, de onbevoegdheid van den rechter. Volgens de oorspronkelijke redactie van de regeering luidde de aanhef van het artikel eenvoudig: „Indien de zaak niet behoort tot de kennisneming van de regtbank,' verklaart zij zich onbevoegd." Op voorstel der C. v. R. herstelde de minister de oude redactie '), ondanks de zeer juiste opmerkingen, tegen haar reeds lang te voren door mr. de Pinto ingebracht2). Daar zeer goed verschillende rechtbanken gelijkelijk bevoegd kunnen zijn, is het niet de vraag of een andere rechter dan hij, wiens oordeel is ingeroepen, mede bevoegd is, doch alleen of deze laatste onbevoegd is. De verwijzing naar den bevoegden rechter zal in den regel weinig beteekenen, omdat toch de eene rechtbank nooit over de bevoegdheid van de andere rechtbank kan beslissen. Zij kan echter wel, zoo zij meent dat het gepleegde feit slechts eene overtreding oplevert, de zaak naar den bevoegden kantonrechter verwijzen.

') Smidt, I 291.

») Handl. Strafv., bl. 163; mr. A. A. de Pinto, Het herz. W. v. Sv., I bl. 340,

Sluiten