Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is niet op straffe van nietigheid voorgeschreven ')• Dit neemt niet weg, dat een geheel onvoldoend proces-verbaal tocli noodwendig nietigheid moet ten gevolge hebben J). Immers volgens de ten dien opzichte thans vaststaande leer van ons hoogste rechtscollege3), is het proces-verbaal de eenige bron, waaruit kan worden nagegaan, welke formaliteiten zijn in acht genomen, en moet datgene wat niet als geschied in het verbaal wordt vermeld ook als niet geschied worden aangemerkt4), zoodat indien daarin niet ten minste alles is vermeld, wat tot het wezen van het onderzoek behoort, dit onderzoek als nietig zal moeten worden beschouwd. Aan de andere zijde levert het proces-verbaal bewijs, dat wat er in is opgenomen, is geschied of verklaard , terwijl echter volgens de leer van den H. R., indien er ten aanzien van afgelegde verklaringen verschil bestaat tusschen den inhoud van verbaal en vonnis, in cassatie alleen dit laatste als beslissend moet worden beschouwd 5).

Aan het slot van de afdeeling, welke over het onderzoek ter terechtzitting handelt, komen nog een paar artikelen voor, die dat geheele onderzoek betreffen en dus hier mogen worden vermeld. Van art. 199, bepalende dat in alle gevallen, waarin bij § 2 van den vierden Titel aan den beklaagde de bevoegdheid wordt toegekend tot het doen van eenig verzoek of verzet, die bevoegdheid mede aan den raadsman van den beklaagde

') Vgl. Hulshoff, aant. 9 ad art. 198.

") Vgl. de Pinto, Handl. Strafv., I bl. 276 vlg.

3) Vgl. de arresten geciteerd bij Hulshoff, aant. 1 ad art. 198 en mr.A. A. de Pinto, Het herziene Wetb. v. Sv., II bl. 183 vlg. Zie onder de latere' arresten o. a. die van 5 December 1904: W. 8151; P. v. J. n". 403- van 5 Juni 1905; W. 8237; P. v. J. n°. 465 en van 6 Mei 1907; W. 8545.

4) Een voorstel der regeering, om dit beginsel in de wet uit 'te spreken, werd op voordracht der C. v. R. unaniem door de Kamer verworpen, na' intrekking van een amendement van den heer Gratama.om te bepalen : Het proces-verbaal levert bewijs op van hetgeen er in vermeld staat. Smidt I 578 en 579. '

B) Zie mr. A. A. de Pinto, t. a. p. bl. 186 noot 1 en o a. arrest H R 25 Februari 1907; W. 8502; P. v. J. n°. 624. Ten aanzien van de formaliteiten beslist daarentegen het proces-verbaal, niet het vonnis. Arrest van 18 Februari 1907; W. 8500. h ?/i "

Sluiten