Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de rechtbank onmiddellijk tot beraadslaging overgaan en uitspraak doen Oordeelt zij de verwering ongegrond, dan wordt het onderzoek der zaak zelve onmiddellijk voortgezet en hetzelfde geschiedt ook wanneer zij, zonder over de juistheid der verwering te beslissen, oordeelt dat zij ontijdig is gedaan, omdat zij afhankelijk is van het onderzoek van de hoofdzaak.

In de Tweede Kamer wilde men het aldus voorgestelde artikel deels beperken, deels uitbreiden. De heer Mackay wilde „de niet-ontvankeljjkheid van den officier" uit het artikel verwijderen doch, nadat hem er op gewezen was, dat over vele van die gevallen onmiddellijk zou kunnen worden beslist, b.v. over het ontbreken van eene behoorlijke klacht bij een klachtdelict, trok hij zijn amendement in'). Verworpen werd daarentegen en zeker terecht het voorstel van den heer v. d. Kaay, om in het artikel ook te spreken van de „onstrafbaarheid van het feit of van den dader", daar deze vraag altijd te veel van het onderzoek der zaak afhankelijk is '). Maakt de beklaagde van de hem bij art. 153 gegeven bevoegdheid geen gebruik, dan ontneemt hem dit, gelijk in de M. v. T. werd opgemerkt, niet het recht om de bij dit artikel bedoelde verweringen met zijne verdediging ten principale te vereenigen 3). Eene bevoegdheid voor den rechter, om reeds bij den aanvang van het geding ambtshalve eene der in art. 153 bedoelde beslissingen te geven, kan uit dit artikel niet worden afgeleid 4).

Wanneer van de bij art. 153 gegeven bevoegdheid geen gebruik is gemaakt of de voorgedragen verwering is verworpen, zal, eventueel na voorlezing van het bevel van verwijzing, de officier van justitie de zaak voordragen. Oorspronkelijk was deze voordracht facultatief, doch in verband met het wegvallen van de voorlezing der dagvaarding is het voorschrift imperatief geworden 9). Die voordracht bestaat echter, naar de gangbare practijk, alleen in de voorlezing der dagvaarding. De officier zal verder eene lijst overleggen van de door hem of door den

i) Smidt, I 494—497.

V Smidt, I 492—498.

3) Smidt, I 492.

4) Zie Hof Amsterdam, 25 Juli 1900; W. 7506; P. v. J. n°. 71.

») Smidt, I 500—502.

I) h ,

Sluiten