Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hor partijen. Hij kan ook op gelijke wijze bevelen, dat een of meer der getuigen of een of meer der beklaagden — zie art. 173 — tijdelijk uit de zaal worden verwijderd, opdat een getuige buiten hunne tegenwoordigheid zal kunnen worden gehoord. Is de beklaagde verwijderd, dan zal, volgens art. 173 lid 2, op straffe van nietigheid niet inet het onderzoek worden voortgegaan, voordat den beklaagde is medegedeeld wat er tijdens zijne afwezigheid is voorgevallen. Getuigen, die reeds de gehoorzaal verlaten hebben, kunnen door den president ook wederom op nieuw worden binnen geroepen, ten einde, hetzij afzonderlijk, hetzij in elkanders bjjzjjn, nogmaals te worden gehoord, art. 172 lid 2.

Indien een der getuigen verdacht wordt zich aan meineed te hebben schuldig gemaakt, kan de rechtbank volgens de artt. 174 en 175, ambtshalve of op verzoek van eene der partjjen een onderzoek bevelen. Alsdan zal onmiddellijk door den griffier een proces-verbaal worden opgemaakt en door hem met den president en de rechters worden onderteekend. In dat proces-verbaal zal de afgelegde verklaring van den getuige worden opgenomen, die aan hem zal worden voorgelezen en door hem onderteekend. Bij niet-onderteekening zal het procesverbaal de weigering of de reden van verhindering vermelden. Meent de rechtbank, dat het onderzoek daartoe voldoende is gevorderd, dan kan zij onmiddellijk rechtsingang tegen den van meineed verdachten getuige verleenen '). Vindt de rechtbank daartoe nog geene termen, dan kan zij niettemin op de gronden, vermeld in art. 86, de voorloopige aanhouding bevelen, en op dit bevel zijn dan verder de bepalingen van toepassing van art. 54, zoodat het, hoezeer door de rechtbank gegeven, binnen zes dagen door de raadkamer zal moeten worden bevestigd. De officier zal dan verder volgens art. 81 de zaak in raadkamer moeten brengen en dus, ook al acht hij gevangenhouding onnoodig, niet rechtstreeks kunnen dagvaarden, en de zaak zal daarna op de gewone wijze behandeld worden. Het procesverbaal, dat van de afgelegde verklaring wordt opgemaakt,

') Deze bepaling werd opgenomen bij amendement van den heer Mackay, Smidt, I 541 en 542. Een requisitoir tot rechtsingang van wege den officier is voor de toepassing van art. 174 lid 4 niet noodig.

Sluiten