Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zul in elk geval aan den officier moeten worden ter hand gesteld.

De rechtbank kan ook zoo noodig de behandeling der zaak schorsen tot na afloop van het onderzoek over de verdenking wegens meineed. Zij kan dit doen op de vordering van eene der partijen en ook ambtshalve, art. 174 lid 1. I)e vervolging wegens meineed kan ook geschieden, wanneer de bepalingen van art. 174 niet zjjn opgevolgd en de van valschheid verdachte verklaring niet bjj proces-verbaal is geconstateerd. Het feit, dat deze is afgelegd, kan ook van elders worden bewezen ').

De bepalingen omtrent de getuigen zijn ook van toepassing op de deskundigen. Deze moeten den eed afleggen, dat zij hun verslag naar hun geweten zullen geven. Treedt dezelfde persoon als getuige en als deskundige op, dan moet hem, voordat hij den eed aflegt, op den inhoud van beide eeden gewezen worden. Aldus art. 176./'

Nadat het verhoor van de getuigen en de deskundigen is afgeloopen, zal het verhoor van den beklaagde aanvangen, art. 178. Zijn er meerdere beklaagden, dan geschiedt de ondervraging in de volgorde, waarin zij zjjn gedagvaard, doch de president is bevoegd daarvan, hetzij ambtshalve hetzij op verzoek van eene der partijen, af te wijken. Ook is de president gerechtigd om reeds vroeger, zelfs vóór den aanvang van het getuigenverhoor, vragen te doen 2). Weigert de beklaagde de hem gestelde vragen te beantwoorden, dan zal niettemin met de zaak worden voortgegaan, art. 179 lid 1. De vroegere bepaling, dat in dat geval de president eerst den beklaagde zijne verplichting om te antwoorden zal onder liet oog brengen, is terecht weggelaten. Eene dergelijke verplichting toch bestaat niet3). De president zal, volgens art 188, in den loop van het getuigenverhoor of daarna de voorwerpen, die als stukken van

') Vgl. de arresten van den H. R. van 26 Januari 1891; W. 5994 ; P. v. J. n°. 51 en II April 1892; W. 6171, P. v. J. n°. 57; Hulshoff, aknt. 3 ad art. 174.

J) Zie omtrent deze bepaling mr. A. A. de Pinto, Het herziene W. v Sv., II bl. 146—148.

») Vgl. de Pinto, Handl. Strafv., bl. 361 en mr. A. A. de Pinto, t. z. p. bl. 189 noot a. Zie ook Het herziene W. v. Sv., II bl. 146. f

V & 'Z. / 'W' u. f. i«

L Urn f C t A 1

Sluiten