Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

192, ambtshalve of op verzoek van eene der partijen, de behandeling schorsen, en zij is zelfs bevoegd om op den dag, waarop de behandeling zou worden voortgezet, de schorsing nog eenmaal voor een bepaalden tijd te verlengen. Op de bepaalde terechtzitting kunnen nieuwe getuigen of deskundigen worden voorgebracht, wier namen op de vroeger aangegeven wijze aan de wederpartij moeten worden beteekend. Ingeval nieuwe stukken worden overgelegd, gelden omtrent de voorlezing daarvan de voorschiften gegeven bij art. 177 lid 3.

Heeft de loop van het onderzoek de noodzakelijkheid aangetoond, dat er alsnog eene instructio worde gehouden of dat eene gevoerde instructie worde aangevuld, dan kan de rechtbank, volgens art. 193, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van eene der partijen, een nader onderzoek doen instellen, met aanduiding van het onderwerp, waarover de rechtercommissaris, in wiens handen de stukken worden gesteld, het onderzoek zal hebben te doen loopen. De behandeling wordt inmiddels tot na afloop van het onderzoek geschorst. De instructie zelf geschiedt volgens de voorschriften, voor de instructie in het algemeen in den derden titel gegeven. Is het onderzoek geëindigd, dan stelt de rechter-commissaris de stukken in handen van den officier van justitie, en deze zal den beklaagde bij exploit doen oproepen, om op den daarvoor te bepalen dag voor de rechtbank te verschijnen tot voortzetting van het geschorste geding. Eene nadere tusschenkomst van de raadkamer is dus hier geheel overbodig. Geldt het eene procedure bjj verstek en was de beklaagde dus afwezig, dan behoeft hij voor de voortzetting der zaak niet te worden' opgeroepen ').

Over den termijn voor en de wijze van oproeping van den beklaagde, de beteekening van de nader op te roepen getuigen en de dagvaarding van getuigen ten verzoeke van den beklaagde op last van den president, gelden dezelfde voorschriften als voor en bij de oorspronkelijke dagvaarding van den beklaagde zijn bepaald.

'Vf1""11' 1 563 en 564- Mr. A. A. de Pinto, Het herziene W. v. Sv.,

7q«o ■nJ0' verdedi8t ee" ander gevoelen. In denzelfden zin H. R. 27 Juni' 1892; W. 6209. P. v. J. n». 83.

Sluiten