Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den kantonrechter, ten einde dat geding te vereenvoudigen ')v Thans is bij de Tweede Kamer aanhangig een bij Koninklijke Boodschap van 2 Mei 1907 ingediend ontwerp van wet, waarbij voor de kantongerechtsprocedure nieuwe regelen worden gesteld '). /

^ " ?/3-377

§ 7. De procedure in eersten aanleg bij den Hoogen Raad.

Gelijk wij vroeger bij de behandeling van de aan den Hoogen Raad opgedragen rechtsmacht gezien hebben 3), oordeelt dit rechtscollege volgens de artt. 92 en 93 R. O. in eersten aanleg over de ambtsmisdrijven en ambtsovertredingen van de in art. 92 genoemde ambtenaren met de aan dit voorschrift in het tweede lid gegeven uitbreiding en over de misdrijven genoemd in de artt. 381—385.en 388 en 389 Sw. De bij Trt. 92 toegekende rechtsmacht berust op een reeds in de Grondwet van 1815, art. 177, opgenomen voorschrift, dat met kleine wijzigingen in de volgende Grondwetten is overgegaan en thans voorkomt in art. 164. Volgens dit artikel moet de vervolging geschieden hetzij van s Konings wege, hetzij van wege de Tweede Kamer. Met deze laatste bepaling staat in verband de tweede paragraaf van den dertienden titel van het Wetb. v. Strafv., welke geheele titel loopt over de procedure in eersten aanleg voor den Hoogen Raad. In de eerste paragraaf van dien titel wordt behandeld de procedure in de gevallen, aangeduid in art. 93 R. O., m. a. w. de berechting van de misdrijven, genoemd in de straks geciteerde artikelen van het Wetboek van Strafrecht, zeeroof en kaapvaart. In de derde paragraaf worden dan ten slotte nog eenige voorschriften gegeven aan de in de beide vorige paragrafen bedoelde gedingen gemeen.

Bij de regeling van de procedure in die strafgedingen, welke in het eerste en laatste ressort aan het oordeel van den H. R. worden onderworpen en waarover wordt gehandeld in art. 93

») Vgl. de Handelingen J. V. 1884, I 262-369, II 159—259 en 1896 I 1-62, 119—188. II 109—215.

) Zie den tekst van het Ontwerp met M. v. T. in W. 8527 en 8528 en eene bespreking door mr. T. J. Noyon in W. 8534. / . I /: t-/ f3) Zie boven bl. 17 eu 18. /i-, i'r? ■/<■'■ 9 '

Sluiten