Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afgelegd, volgens het uitdrukkelijke voorschrift van art. 230 lid 2, namens den beklaagde door zijn raadsman of door eenen bijzonder daartoe schriftelijk gemachtigde >). Voor den advocaat die niet als raadsman, maar als vertegenwoordiger is opgetreden volgens art. 150, is om hem tot het instellen van hooger beroep bevoegd te maken, evenals voor ieder ander eene schriftelijke volmacht vereischt'). Verlangt de beklaagde, die in hechtenis 18, de verklaring zelf af te leggen, dan zal de griffier zich naar de gevangenis begeven om die verklaring te ontvangen.

Naar het aan art. 230 toegevoegde vierde lid kan, indien de beklaagde minderjarig is en den leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, het hooger beroep alleen door zijn raadsman worden ingesteld/-

Van de verklaring ter griffie afgelegd, wordt, volgens art 231, eene akte opgemaakt, die wordt onderteekend door den griffier met dengene, die de verklaring aflegt, tenzij deze niet teekenen kan, in welk geval de reden van beletsel in de akte wordt vermeld. Het opmaken dier akte geschiedt kosteloos.

Zoo de verklaring door een gevolmachtigde is afgelegd, zal zijne volmacht of een authentiek afschrift daarvan, zoo zij voor een notaris is verleden, aan de akte worden vastgehecht.

Eindelijk zal van het ingestelde hooger beroep nog aanteeke-

ning geschieden in een daartoe bestemd en ter griffie berustend register.

Binnen veertien dagen, nadat de verklaring dat zij in beroep komt is afgelegd, zal door de partij, die in hooger beroep komt, aan het gerechtshof eene door haar of door haren raadsman onderteekende memorie kunnen worden ingediend ter aanwijzing van de gronden, waarop het beroep is gebaseerd art. 232. De regeering had voorgesteld om het O. M., indien het appelleerde, tot de indiening eener memorie te verplichten doch op voorstel der C. v. R. werd ook in dit geval niet eene

, '}, 1"<lien niet bl8kt, dat de raadsman namens den beklaagde heeft ge-

ad art 230. IV P n,et'0ntVankeHjk; T" V" Str- XVI11 <*""«■ 6 en 7

2) H. R. 19 Maart 1900 en 5 Juni 1900; W. 7417 en 7473- P v T nos. 34 en 61. ' '

Sluiten