Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De aanhangigmaking van de zaak in hooger beroep geschiedt door eene aan den beklaagde van wege den procureur-generaal beteekende dagvaarding, art. 237 ')Tbe termijn, die moet verloopen tusschen den dag der dagvaarding en dien ter terechtzitting , is ook hier op tien vrije dagen bepaald. Bij niet-inachtneming van dien termijn zijn de bepalingen, in de artt. 147 en 148 omtrent de nietigheid en de dekking der nietigheid gegeven, ook hier van toepassing (zie boven bl. 154). Indien in eerste instantie eene beleedigde partjj zich in het geding heeft gevoegd, zal de procureur-generaal haar bij exploit den dag doen aanzeggen, waarop de zaak ter terechtzitting zal worden behandeld.

Tot voor de herziening was de vraag betwistbaar, in hoeverre een eenmaal ingesteld hooger beroep weer kon worden ingetrokken. Thans wordt dit punt in de laatste alinea's van art. 237 uitdrukkelijk en wel in dien zin geregeld dat, zoolang er niet is gedagvaard, de partij die in hooger beroep is gekomen daarvan afstand kan doen. De regeering had voorgesteld aan den beklaagde die bevoegdheid te geven ook nóg op de terechtzitting , mits onmiddellijk na het uitroepen der zaak. De C. v. R. achtte deze bepaling in strijd met de waardigheid van e rechterlijke macht en op haar voorstel werd dan ook de laatste alinea van art. 237, waarin die bevoegdheid werd gegeven, geschrapt2).

De vorm, waarin de intrekking moet geschieden, is dezelfde die voor het instellen is bepaald. Zoodra zij heeft plaats gevonden, geeft de griffier daarvan kennis aan den procureurgeneraal. Geschiedt de afstand van het appèl door den officier, dan moet daarvan bovendien van zijnentwege bij exploit aanzeggmg aan den beklaagde plaats vinden.

Zoowel de procureur-generaal als de beklaagde kunnen getuigen of deskundigen doen hooren, hetzij al of niet reeds in

') Bij de herziening is waarschijnlijk zonder bedoeling en als een gevolg daarvan dat eerst ook de benoeming van een rapporteur was weggelaten de bepaling vervallen dat de president den dag der terechtzitting bepaalt' q Zjjbepaling is daardoor afhankelijk geworden van het initiatief van het

J) Smidt, t. a. p. bl. 34—36.

Sluiten