Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vallen zal de verdachte, indien zijne voorloopige aanhouding door het hof mocht worden bevolen, worden overgebracht naar de gevangenis, bestemd voor de bewaring van beklaagden bij die rechtbank, die van het misdrijf moet kennis nemen.

Volgens de ook in appèl toepasselijke bepaling van art. 190, kan ook het hof nog niet gehoorde getuigen doen dagvaarden of nieuwe bescheiden doen overleggen. De vraag zou zich kunnen voordoen, in hoeverre dit ook geldt ten aanzien van getuigen en deskundigen, reeds in eerste instantie gehoord doch niet

in appèl gedagvaard. Art. 242 verleent ook in dat geval aan het

hof de bevoegdheid de dagvaarding van de getuigen te bevelen.

Mocht het hof gebruik maken van de bevoegdheid, bij de artt. 193 en 213 omschreven, om hetzij gedurende den loop hetzij na afloop van het onderzoek eene nieuwe instructie te bevelen, dan zal, volgens art. 243, die instructie geschieden door den rechter-commissaris bij de rechtbank, die in eersten aanleg heeft gevonnist. Na afloop van het onderzoek zal de rechter-commissaris de stukken aan den procureur-generaal toezenden; een nieuwe tusschenkomst van de raadkamer van de rechtbank komt dus in dit geval niet te pas ').

Evenals de voorschriften omtrent de behandeling ter terechtzitting, zijn ook die omtrent de beslissing en het vonnis, welke voor de procedure in eersten aanleg zijn gegeven, op die in hooger beroep van toepassing. Een paar bijzondere voorschriften daaromtrent worden echter nog gegeven in de artikelen 246 en 247. Volgens het cerstgemelde artikel zal de beraadslaging van het hof in raadkamer niet alleen behoeven te berusten op het onderzoek ter terechtzitting van het hof, maar kan daarbij ook tot basis worden genomen het onderzoek ter terechtzitting in eersten aanleg, zooals dit volgens het daarvan opgemaakte proces-verbaal heeft plaats gehad :). Deze bepa-

«) Smidt, II 45.

J) Dit proces-verbaal behoort niet tot de stukken, waarvan volgens art. 177 de voorlezing moet geschieden; Hulshoff, aant. 13 ad art 177 Met mr. R. A Fockema (T. v. Str. XI 355 en XIX 72) ben ik van oordeel, dat voor den rechter in hooger beroep alleen het proces-verbaal en niet mede het vonnis de bron kan zijn, waaruit hij zijne kennis omtrent het in eersten aanleg verhandelde kan putten, f; ' • r • . w,

/ -4 /ft f-,if ■ , ,,, ^

Sluiten