Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ling is in overeenstemming met de ook vroeger geldende practjjk '), die wel moest worden aangenomen, wilde men niet verplichtend stellen, dat in appèl het geheele in eersten aanleg gehouden onderzoek nog eens moest worden herhaald. Het kan intusschen niet worden ontkend, en daarin ligt voorzeker een der ernstige bezwaren tegen het appèl in strafzaken, dat deze wijze van handelen in strijd is met het beginsel der mondelinge behandeling, en stellig waren de bedenkingen door de minderheid der C. v. R. gemaakt dan ook allerminst van gewicht ontbloot J). Haar voorstel echter om aan het artikel de bepaling toe te voegen: „Het hof zal in geen geval eenen beklaagde, die is vrijgesproken, kunnen veroordeelen op verklaringen van getuigen, die in hooger beroep niet zijn gehoord" vond noch bjj de meerderheid der commissie noch bij den minister genade en kwam bij de discussie in de Tweede Kamer niet verder ter sprake./-

Het arrest van het hof kan óf zijn eene bevestiging van het vonnis van den eersten rechter óf eene geheele of gedeeltelijke vernietiging er van3). In het eerste geval kan het hof of eenvoudig de gronden van het vonnis overnemen, zonder tot nadere motiveering verplicht te zijn *), óf die wijzigen of aanvullen. Indien het vonnis in eersten aanleg op een onwettig bewijsmiddel berust, kan het hof niet volstaan met dit middel ter zijde te stellen, maar moet het vonnis worden vernietigd en eene nieuwe beslissing worden gegeven 3){Eet hof zal, voor zoover het vonnis wordt vernietigd, daarvoor zijne eigene uitspraak in de plaats stellen en dus de zaak au fond beslissen. Alleen in een enkel geval zal door het hof de zaak naar de rechtbank worden teruggewezen en wel als deze de hoofdzaak niet

!) Léon, aant. 5 ad art. 247.

J) Smidt, II 48.

3) Eéne van deze beslissingen moet uitdrukkelijk bij de uitspraak in hooger beroep worden gegeven; Hulshoff, aant. 8 ad art. 247.

*) Zie H. R. 27 Augustus 1900; W. 7488; P. v. J. n". 88'en de verdere jurisprudentie bij Hulshoff, aant. 3 ad art. 247. Vgl. ook H. R. 8 April 1907; W. 8526. W tf> f ' . 4 .jlf

5) Aldus de vaste jurisprudentie van den H. R.; Hulshoff, aant. 1 ad art. 247. Vgl. ook het arrest van 24 December 1906; W. 8374- P v J. n". 616. li ' * '

Sluiten