Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had beslist, doch b.v. eene niet-ontvankelijkheid had uitgesproken en het hof deze uitspraak vernietigt, zoodat nu eene beslissing over de hoofdzaak noodig wordt. In dit geval zal het gerechtshof de zaak ook kunnen verwjjzen naar eene aangrenzende rechtbank binnen zijn rechtsgebied. Door deze bepaling is eene quaestie beslist, die vroeger tot groote moeilijkheden aanleiding had gegeven '). De hier aan het hof verleende bevoegdheid werd voor de herziening vrij algemeen betwist.

Wanneer alleen de beklaagde in hooger beroep is gekomen, kan hjj niet tot eene zwaardere straf worden veroordeeld dan hem bij het vonnis is opgelegd, art. 248. Deze bepaling, die ook voorkwam in art. 250 oud, werd in de practijk dikwjjls ontdoken door de bij sommige parketten bestaande gewoonte om steeds, wanneer de beklaagde in appèl kwam, mede te appelleeren en aldus het hof geheel vrjj te maken in de bepaling der straf. Zoodanige gewoonte, zeker met den geest der bedoelde wetsbepaling in strjjd , werd dan ook indertijd terecht afgekeurd in de bekende circulaire van den minister Modderman van 24 Februari 1883 2); of zij daarna bij alle parketten geheel verdwenen is, mag worden betwijfeld.i)e bepaling heeft overigens in art. 248 eene nog iets wijdere strekking gekregen dan zij vroeger had. Art. 250 oud zonderde uit het geval, dat de zaak door het hof ten crimineele was verwezen , in welk geval de rechter, die dan over de zaak had te beslissen, geheel vrjj werd in de strafbepaling. Door het vervallen der onderscheiding tusschen de misdaden en wanbedrijven moest natuurlijk ook deze bepaling vervallen, zoodat nu de eenmaal uitgesproken veroordeeling, bij enkel appèl van de zijde van den beklaagde, nooit kan worden verzwaard 3).

Het uitspreken van het arrest geschiedt in eene openbare zitting door den president of een der leden, die over de zaak

') Men vgl. omtrent dit punt de interessante mededeelingen bij Léon aant. 5 ad art. 248.

*) Luttenberg, Jaargang 1883, bl. 44. Zie ook W. 4861 en P v J 1883 n". 11.

3) Zie over de toepassing van art. 248 ten opzichte van enkele bijzondere gevallen, Hulshoff, aantt. 1 en 2 ad art. en H. R. 27 Maart 1905W. 8199; P. v. J. n°. 436. / '■/i 't. /c/3 .

Sluiten