Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

neer die met de wetten strijdig zijn, te vernietigen en buiten werking te stellen, volgens de bepaling door de wet daaromtrent te maken '). Dit artikel is in hoofdzaak ontleend aan art. 180 van de Grondwet van 1815, aan welk voorschrift uitvoering gegeven werd door de bepalingen van de artt. 95 — 99 van de wet op de regterlijke organisatie. Bij deze artikelen zijn de hoofdbeginselen voor de cassatie-procedure vastgesteld en is tevens bepaald, dat voor de cassatie in strafzaken de regelen, termijnen en vormen voor de voorziening zullen worden aangewezen in het wetboek van strafvordering. Deze voorschriften zijn opgenomen in den thans te behandelen zeventienden titel.

De rechter in cassatie is geen rechter over de feiten; de eenige vragen, die hij heelt te beslissen, zijn of bij de procedure de bij de wet voorgeschreven vormen zjjn in acht genomen, of het gewezen vonnis of arrest op de bij de wet aangegeven wijze is ingericht, of de constructie van het bewijs beantwoordt aan de wettelijke voorschriften, en eindeljjk of op de bewezen verklaarde feiten de wet naar behooren is toegepast. Alleen rechtsvragen mogen dus aan het oordeel van den Raad worden onderworpen en derhalve behoort de beslissing over de feiten zoo scherp_mogelijk van die over het rechtspunt te worden gescheiden. Toch is dit niet altijd mogelijk, en tallooze arresten van den Hoogen 'Raad kunnen bewijzen, hoe onmerkbaar sointjjds de grens is tusschen feitelijke vraag en rechtsvraag. Het mag dan ook ernstig worden betwijfeld, of de handhaving van de tegenwoordige, zeer enge begrenzing van de taak van den Hoogen Raad inderdaad gewenscht is '). Gelukkig ligt zeer zeker in de thans bij art. 165 der Grondwet aangenomen redactie niet het verbod opgesloten, om die bevoegdheid op andere en betere wijze te regelen.

Na deze algemeene opmerkingen hebben wij nu allereerst

>) Men vgl. over dit artikel (art. 162 oud) Buys, De Grondwet, dl 2 bl. 458—471 en dl. 3 bl. 316—320.

-) Over de regeling van dit onderwerp in andere landen worden enkele bijzonderheden vermeld door mr. A. A. de Pinto, Handl Strafv., bl. 553, noot a en in Het herziene W. v. Sv., II bl. 473 en 474. Vgl. ook het belangrijke overzicht van de .Nichtigkeitsbeschwerde oder Revision" in het Duitsche strafproces bij Binding, Grnndriss, t. a. p. bl. 250—265.

Sluiten