Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van do raadkamer wordt onderworpen, aan deze de bevoegdheid is verleend, om indien in de instructie of na den afloop daarvan vormen zijn verzuimd, zelfs al zjjn zij niet op straffe van nietigheid voorgeschreven, herstel van dat verzuim te bevelen of heropening van het onderzoek te gelasten van de laatst geldige akte af ■). Verwijst de rechtbank de zaak naar de terechtzitting, doch meent de beklaagde, dat art. 127 lid 6 had moeten zijn toegepast, dan kan hij volgens art. 130 lid 1 in verzet komen bij het gerechtshof, dat dan alsnog de heropening kan bevelen. De opneming van dit voorschrift wettigt het vermoeden, dat de wetgever door de overigens zonder toelichting aangebrachte redactiewijziging de bestaande jurisprudentie veeleer heeft willen handhaven dan veranderen. "Wel blijft daarmee in strjjd het gebruik van liet woord instructie in art. 352 (368 oud), doch ik geloof niet, dat het woord ambtenaar in dat artikel de door mr. de Pinto gegeven interpretatie van het artikel '2) voldoende rechtvaardigt. Eindelijk meen ik, dat de uitdrukking „gewijsden van instructie" in art. 354 (388 oud) eene andere beteekenis heeft, dan door inr. de Pinto er aan is gehecht3). Het is zeer goed mogelijk dat de gewjjsden van instructie, d. w. z. de beschikkingen van de rechtbank tijdens of bij het sluiten van de instructie, aan cassatie onderworpen kunnen zjjn, zonder dat daarom nog schending van vormen in de instructie tot vernietiging van het eindarrest behoeft te leiden. Ik geloof dus, dat de vroegere jurisprudentie door de in het wetboek gebrachte wijziging meer is versterkt dan verzwakt4).

Eene tweede reden van cassatie is, volgens het tweede lid van

art. 346, dat het vonnis of arrest is gewezen door een onhppnt^. den rechter, hetzij onbevoegd krachtens de regelen der absolute, hetzij onbevoegd krachtens die der relatieve competentie. In dat geval zal de zaak worden verwezen naar den bevoegden rechter. Een derde cassatiegrond wordt aangewezen in dezelfde alinea

') Zie hierboven bl. 147.

2) T. a. p. bl. 577.

3) T. a. p. bl. 578.

A" de Pint°. Het herziene W. v. Sv., II bl. 477 en 478 en H. R. 2 Mei 1898; W. 7X26; P. v. J. n". 42. '■ / - - >

Sluiten