Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van art. 846. Deze bepaling staat in verband met bet nieuw opgenomen art. 200 en gelast de vernietiging: van het aangevnllen vonnis of arrest, zoo er nagelaten of geweigerd is uitspraak te doen over rone of meer vorderingen vnn bet openbaar ministerie of van don beklaagde, gestrekt hebbende om gebruik te maken van cepe door de wet toegekende hevn^H heu^ Zooals reeds boven werd opgemerkt1), is deze bepaling in de formuleering eenigszins enger dan die van art. 200, doch komt zij niettemin in het wezen der zaak op hetzelfde neer. De cassatie zal volgens het slot van het tweede lid ook dan worden uitgesproken, wanneer de straf van nietigheid niet woordelijk verbonden is aan het nalaten der formaliteit, waarvan de uitvoering gevraagd of gevorderd was.

In de vierde plaats is cassatie mogelijk wegens verkeerde toepassing of schending der wet, d. w. z. wanneer öf door de wijze waarop het arrest is gemotiveerd , óf door de uitspraak zelf, hetzij dan in de qualificatie of in de strafbepaling, eeni» wetsartikel op onjuiste wijze is uitgelegd en toegepast, een toepasselijk wetsvoorschrift niet is aangewend of eene verkeerde wetsbepaling is toepasselijk verklaard. ïn die gevallen zal, zooals wjj zoo aanstonds zien zullen, soms eene beslissing ten principale soms eene verwjjzing plaats vinden.

Eindelijk spreekt art. 346 lid 3 van cassatie wegens over-. sc.hri|ding van rechtsmacht. Wat daaronder, ter onderscheiding van de onbevoegdheid, waarvan het tweede lid spreekt moet worden verstaan, is niet zeer duidelijk 2). M. i. zal de meest aannemelijke opvatting zijn, dat overschrijding van rechtsmacht dan aanwezig is wanneer recht is gesproken in eene zaak waarover de rechterlijke macht als zoodanig onbevoegd was' Met die °Pvattin" 8fro°kt het voorschrift van art.

L , dat in dat geval de hoo&e raad ten principale recht zal doen. r

De vraag, of tegen het vonnis of arrest cassatie zal kunnen worden ingesteld, hangt samen met het karakter van de door den rechter gewezen uitspraak. Zooals wij vroeger gezien hebben, onderscheidt men daarbij in hoofdzaak vrijspraak en ') BI. 160.

l) De Pinto, Handl. Strafv., bl. 570.

Sluiten