Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rijk bjjj art. 446 Code de procédure criminelle, vastgesteld bij de wet van 8 Juni 1895 '), in Duitschland bij de wet van 20 Mei 1898, in Hongarije bjj § 578 van de StrafprozessOrdnung van 4 December 1896.

* ? i

HOOFDSTUK VII.

DE TENUITVOERLEGGING VAN ARRESTEN EN VONNISSEN.

De zestiende titel van het Wetboek bevat enkele voorschriften omtrent de wijze, waarop de rechterljjke vonnissen en arresten zullen mogen worden ten uitvoer gelegd. I)e uitvoering behoort volgens art. 4 R. O. tot de bijzondere taak van het O. M. en ook in dezen titel wordt de zorg voor de tenuitvoerlegging aan de leden van het O. M. opgedragen. Als allereerste beginsel geldt daarbij natuurlijk, dat een vonnis of arrest, waartegen nog eenig gewoon rechtsmiddel openstaat, dat dus nog niet in kracht van gewijsde is gegaan, niet mag worden ten uitvoer gelegd. Art. 335 noemt echter in afwijking van de gangbare terminologie, ook o. a. gevolgd in art. 68 Strafw., een vonnis of arrest reeds dan in kracht van gewijsde gegaan, wanneer het niet meer door verzet of hooger beroep kan worden aangevallen. Dientengevolge wordt in dit artikel bepaald, dat een in kracht van gewijsde gegaan vonnis of arrest niet zal mogen worden geëxecuteerd, zoolang de termijn van cassatie nog niet is verstreken of op eene ingestelde cassatie nog niet door den Hoogen Raad bij eindvonnis is beslist.

Ook wanneer aan die voorwaarde wel is voldaan, is het O. M. echter nog niet vrij om tot de tenuitvoerlegging over te gaan. Volgens art. 336 toch moet, indien de veroordeelde het uitdrukkelijk verlangt, die tenuitvoerlegging gedurende acht dagen na het in art. 335 genoemde tijdstip worden geschorst.

Deze schorsing staat in verband met het aan iederen veroordeelde toegekende recht, om volgens art. 68 der Grondwet gratie van de opgelegde straf aan den Koning te verzoeken. Volgens art. 3.37 kan de veroordeelde binnen den bepaalden termijn van acht dagen zjjn verzoekschrift om gratie ongesloten

') ^ £'• ^ Berlet, De la réparation des erreurs judiciaires. Over vreemde wetgevingen, bl. 142 vlgg.

17

Sluiten