Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vonnissen van de rechtbank, al zjjn die ter zake van overtredingen gewezen , wanneer zij een persoon betreffen, die tijdens de uitspraak van het vonnis in eersten aanleg den leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt ').

Eene andere belangrijke wijziging betreft het voorschrift van art. 20 R. O. ten aanzien van de openbaarheid van het rechtsgeding in strafzaken. Bij art. 1496w Wetb. v. Strafv. wordt thans bepaald, dat het rechtsgeding tegen een minderjarigen persoon, die op den dag van de eerste terechtzitting den leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, niet in het openbaar zal worden behandeld, tenzij er mjedebeklaagden z|jn, die dien leeftijd wel hebben bereikt2), De president der rechtbank zal echter de bevoegdheid hebben bijzonderen toegang tot deze niet openbare terechtzitting te verleenen, terwijl, zooals wij later zien zullen, de ouders of de voogd van

den jeugdigen beklaagde tot bijwoning zullen worden opo-eroepen.

De verschillende wijzigingen, welke door de nieuwe wet in het Wetboek van Strafvordering zijn gebracht, betreffen allereerst wijze, waarop de preventieve hechtenis zal wnrdon opdergaan. De toepasselijkheid van de bijzondere bepalingen, hieromtrent gesteld, is afhankeljjk gemaakt van het nog niet bereikt zijn door den aangehoudene van den achttienjarigen leeftijd op het oogenblik, waarop het feit door hem zou zijn begaan. Door den rechter, die het bevel tot gevangenneming of voorloopige aanhouding geeft, of door den officier van justitie in het geval van heeter daad — men zie de nieuwe bepalingen in art. 45 lid 2, in verband met art. 79 lid 4 en art. 108 lid 2 zal bij het te geven bevel kunnen wnrHon Ko

paald, dat de plaats, waar de aangehoudene zal worden in bewaring gesteld, zal kunnen zijn de woning van den beklaagde of eene andere tot het in verzekerde bewaring stellen beschikbare plaats. In liet bevel zullen alsdan zoodanige bepalingen worden opgenomen als voor de richtige uitvoering

>) Zie hierboven bl. 18 noot 1 en bl. 19 noot 2. Vgl. de Vries en van Tucht, t. a. p bl. 494—499.

-) Deze uitzondering geldt ook, indien de wel achttienjarige medebeklaagde niet ter terechtzitting is verschenen; H. R. 31 December 1906; W. 8483.

Sluiten