Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderscheiding, en wel tusschen Nederlanders en vreemdelingen, tusschen ingezetenen en niet-ingezetenen.

Het ingezetenschap is eene hoedanigheid, die zoowel Nederlanders als vreemdelingen kunnen bezitten; eene hoedanigheid, die, terwijl zij den Nederlander tot volgerechtigd staatsburger maakt, ook afgescheiden van het Nederlanderschap afzonderlijke rechten geeft en verplichtingen oplegt.

De Grondwet maakt de onderscheiding, doch laat het vaststellen der kenmerken aan de wet over. Omtrent het verleenen van het Nederlanderschap aan vreemdelingen, de naturalisatie, bepaalt zij echter, dat dit bij de wet moet geschieden. Om te voorzien in het vroeger bestaande bezwaar, dat echtgenoote en minderjarige kinderen niet in den nieuwen rechtstoestand van den betrokken persoon konden deelen zonder afzonderlijke vermelding in de naturalisatiewet, bepaalt het grondwetsartikel voorts, dat de wet algemeene regels zal stellen betreffende de gevolgen der naturalisatie ten aanzien van deze personen ')•

De wet van 12 December 1892 (Staatsblad n°. 268) regelt deze verschillende onderwerpen.

§1. Nederlanders.

Vóór de wet van 1892 werd het Nederlanderschap beheerscht dooide artikelen 5—12 van het Burgerlijk Wetboek en door de wet van 28 Juli 1850 (Staatsblad nn. 44), ter uitvoering van het voorschrift van art. 7 der Grondwet van 1848 vastgesteld.

Deze dubbele regeling gaf aanleiding tot verwarring, daar het heel goed mogelijk was, dat men, wat de burgerlijke rechten betrof, geen Nederlander was, terwijl men dit wel was ten opzichte van de burgerschapsrechten en omgekeerd.

Deze uitdrukking „burgerschapsrechten" vordert eenige verklaring. In de Grondwet van 1815 komt het niet voor, doch in 1848 werd zij in de Grondwet opgenomen, o. a. in art. 5: „Om eenig burgerschapsregt te hebben moet men Nederlander zijn." Dit geschiedde in overeenstemming met het voorstel der negenmannen van 1844. „Burger-

1) Art. 6. „De wet verklaart wie Nederlanders en wie ingezetenen zijn. Een vreemdeling wordt niet dan door eene wet genaturaliseerd.

De wet regelt de gevolgen der naturalisatie ten aanzien van de echtgenoote en minderjarige kinderen van den genaturaliseerde."

Sluiten