Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wet bepaalde vormen zal voorschrijven, welke door de ambtenaren met het handhaven der wet belast, in acht genomen moeten worden, wanneer zij zich tegen den wil van den bewoner den toegang tot zijn huis verschaffen.

Aangezien geen algemeene wet de vormen regelt, welke bij het binnentreden zijn in acht te nemen, zoo bevat elke speciale wet welke die bevoegdheid verleent daaromtrent bepalingen, waarvan het gevolg is, dat de vormen, waaraan de uitoefening gebonden is menigmaal onderling afwijking vertoonen.

De eenige wetten, welke bepaaldelijk voor het regelen dezer materie werden in het leven geroepen, zijn die van 81 Augustus 1853 (Stbl. nu. 83) en 21 Juli 1890 (Stbl. n°. 127), eerstgenoemde ter verzekering der uitvoering van sommige voorschriften van plaatselijke verordeningen, de laatste tot verzekering van bij de wet bevolen of toegelaten vrijheidsbeneming.

Overigens zijn in tal van wetten regels vastgesteld betreffende het binnentreden van woningen tegen den wil van den bewoner, om aldus de ambtenaren, met het toezicht op de naleving dier wetten belast, de mogelijkheid te verschaffen deze controle daadwerkelijk uit te oefenen ').

Wat de bescherming der goederen betreft, hieraan zijn in de eerste plaats gewijd de bepalingen van de artt. 151 en 152 der Grondwet 2).

1) Men zie bijv. de arbeidswet, de veiligheidswet, de hinderwet, de stoom wet, de drankwet, de wet regelende het geneeskundig Staatstoezicht, die tot regeling van het veeartsenijkundig Staatstoezicht en de veeartsenijkundige politie en andere.

2) Art. 151. Niemand kan van zijn eigendom worden ontzet dan na voorafgaande verklaring bij de wet dat het algemeen nut de onteigening vordert en tegen vooraf genoten of vooraf verzekerde schadeloosstelling, een en ander volgens de voorschriften van eene algemeene wet.

Deze algemeene wet bepaalt ook de gevallen in welke de voorafgaande verklaring bij de wet niet wordt vereischt.

Het vereisclite, dat de verschuldigde schadeloosstelling vooraf betaald of verzekerd zij, geldt niet, wanneer oorlog, oorlogsgevaar, oproer, brand of watersnood eene onverwijlde inbezitneming vordert.

Art. 152. Waar in het algemeen belang eigendom door het openbaar gezag moet worden vernietigd of, hetzij voortdurend, hetzij tijdelijk, moet worden onbruikbaar gemaakt, geschiedt dit tegen schadeloosstelling, tenzij de wet het tegendeel bepaalt.

Het gebruik van eigendom tot het voorbereiden en het stellen van

Sluiten