Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De eerbied voor den bijzonderen eigendom openbaart zich voorts nog hierin dat algemeene verbeurdverklaring der goederen, een straf waardoor niet alleen de schuldige, maar ook de onschuldige leden eener familie worden getroffen, door onze Grondwet niet toegelaten wordt ')• Het Wetboek van Strafrecht geeft nu in enkele gevallen den rechter de bevoegdheid voorwerpen door een strafbaar feit verkregen of waarmee een strafbaar feit gepleegd is, verbeurd te verklaren. Een dergelijke bepaling wordt ook nog in speciale wetten aangetroffen.

Behalve de hier door ons besproken materieele vrijheid erkent en beschermt de Staat ook de geestelijke vrijheid zijner inwoners.

u. In de eerste plaats mogen wij hier wel noemen de bepaling der Grondwet waarbij de godsdienstvrijheid wordt gewaarborgd.

Vrijheid van geweten was eenmaal de leuze van het verzet tegen Spanje. Zouden de zonen kannen vergeten, wat eenmaal de vaderen als den grondslag van het waar belang van den Staat hebben erkend ?

Erkenning der vrijheid van geweten omvatte echter in vroegeren tijd niet eene volkomene gelijkstelling van de leden der verschillende kerkgenootschappen voor de wet. In de dagen der Republiek heerschte de Hervormde Kerk; alleen hare leden konden openbare betrekkingen en waardigheden erlangen. De Katholieken, de zoogenaamde dissenters in het algemeen, waren uitgesloten, al was het hun geoorloofd de vormen hunner kerk te volgen.

Eene heerschende kerk is moeielijk te rijmen met vrijheid van godsdienst. De gelijkstelling van alle kerkgenootschappen dagteekent bij ons van de Staatsregeling van 1798. Protestanten, Katholieken, Israëlieten — allen zijn zonen van het zelfde vaderland, en hebben gelijke aanspraak op vrije belijdenis van hunne godsdienstige overtuiging en het bekleeden van betrekkingen. De Staat heeft niet te vragen naar de godsdienstige overtuiging der ingezetenen. De Grondwet drukt zich dan ook zoo algemeen mogelijk uit. Aile kerkgenootschappen hebben dezelfde aanspraak op bescherming, en tusschen hunne leden wordt geen onderscheid gemaakt 2).

over schuldvordering en andere burgerlijke regten behooren bij uitsluiting tot de kennisneming van de regterlijke magt.

1) Art. 160. Op geen misdrijf mag als straf gesteld worden de algemeene verbeurdverklaring der goederen, den schuldige toebehoorende.

2) Art. 167. Ieder belijdt zijne godsdienstige meeningen met volkomen

Sluiten