Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

b. Hierbij sluit zich aan de vrijheid van onderwijs. Wegens het groote volksbelang daarin gelegen, oefent de Staat hierover, althans wat lager en middelbaar onderwijs betreft een soort preventief toezicht uit, door waarborgen te eischen voor de bekwaamheid en zedelijkheid der onderwijzers ')• Vreemdelingen behoeven bovendien voor het geven van lager onderwijs nog de vergunning des Konings 2).

c. Bescherming van het brievengeheim.

Van belang is het voorts, dat gewaarborgd wordt de vrijheid van spreken, schrijven en drukken. Waar de vertrouwelijke gedachtenwisseling in de samenleving door eene bespiedende politie onmogelijk wordt gemaakt, daar bestaat geene vrijheid. Ons vaderland mag zich in eene groote mate van vrijheid van gedachtenwisseling verheugen.

Een belangrijk gedeelte der gedachtenwisseling wordt door de brieven ingenomen, met welker bezorging de Staat zich belast. Hij is verplicht, het geheim der aan de post toevertrouwde brieven te eerbiedigen. Alleen dan, wanneer tot de ontdekking van strafbare feiten opening van brieven en schrifturen noodzakelijk is, doet het algemeen belang zich gelden; dan houdt de eerbied voor de vertrouwelijke gedachtenwisseling op. Alsdan moeten echter de vormen worden in acht genomen , welke bestemd zijn om elke andere schending van het geheim der brieven te voorkomen. Niet slechts eisrht de Grondwet een bevel des rechters, maar ook dat de gevallen, waarin eene openlegging der brieven en schrifturen door dezen kan bevolen worden, door de wet worden omschreven 3).

vrijheid, behoudens de bescherming der maatschappij en hare leden tegen de overtreding der strafwet.

Art. 168. Aan alle kerkgenootschappen in het Rijk wordt gelijke bescherming verleend.

Art. 169. De belijders der onderscheidene godsdiensten genieten allen dezelfde burgerlijke en burgerschapsregten, en hebben gelijke aanspraak op het bekleeden van waardigheden, ambten en bedieningen.

1) Art. 192 al. 4. Het geven van onderwijs is vrij, behoudens het toezigt der overheid, en bovendien, voorzoover liet middelbaar en lager onderwijs betreft, behoudens het onderzoek naar de bekwaamheid en zedelijkheid des onderwijzers; het een en ander door de wet te regelen.

2) Wet op 't lager onderwijs (17 Aug. 1878 (Stbl. n°. 127) 1. g. 7 Juli 1900 (Stbl. n°. 111), art. 6.

3) Art. 159. Het geheim der aan de post of andere openbare instelling van vervoer toevertrouwde brieven is onschendbaar, behalve op last des regters, in de gevallen in de wet omschreven.

Sluiten