Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geslotene en voor het publiek niet toegankelijke vergaderingen, dan met inachtneming van de vormen en in de gevallen, bij de wet voorgeschreven.

In de derde plaats hebben wij thans te bespreken de waarborgen die de staatkundige vrijheid betreffen, welke de staatkundige rechten in engeren zin omvatten, die rechten, welke vroeger burgerschapsrechten (in de boven door ons besproken engen zin) genoemd werden en ook thans nog wel aldus betiteld worden, daar zij alleen toekomen aan hen, die burgers zijn van den Nederlandschen Staat, welke door het bezit van die rechten eigenlijk eerst ten volle staatsburger zijn.

Wij spraken van staatkundige rechten in engeren zin; in ruimeren zin toch bezigt men dien naam meermalen voor alle hier besproken rechten, d. w. z. zoodanige rechten, die onmiddellijk uit de Grondwet voortvloeiende, ook daarin of in de zoogenaamde organieke wetten, d. z. de wetten, welke dienen om de in de Grondwet nedergelegde beginselen uit te werken en op het Staatsbestuur of op het recht van het volk betrekking hebben, uitdrukkelijk worden genoemd.

Onder staatkundige rechten in engeren zin verstaan wij dan zoodanige , waarbij het aandeel der burgers in het Staatsbestuur wordt erkend. Behalve het actieve en passieve kiesrecht, d. w. z. het recht om leden te kiezen voor de algemeene, provinciale en plaatselijke vertegenwoordiging en zelf als zoodanig gekozen te worden, brengt men daartoe gewoonlijk het recht om landsbedieningen te bekleeden.

a. Bevoegdheid om landsbedieningen te vervullen. In de eerste plaats schrijft de Grondwet voor, dat de vervulling van landsbetrekkingen alleen aan Nederlanders kan worden opgedragen ').

Reeds in den laatsten tijd van de regeering van het Bourgondische gravenhuis, eischte de natie, dat alleen aan inboorlingen ambten en betrekkingen zouden worden opgedragen; ja zelfs de Brabantsche Joyeuses Entrees, die met hertog jan III een aanvang namen, spraken er van. Het Groot Privilegie van maria had dien eisch tot eene wet gemaakt, en ofschoon dat charter door filips den Schoone werd ingetrokken, vorderden de landzaten steeds de toepassing van dat recht. Onder de grieven tegen het regeeringsbeleid van filips II behoorde o. a. de opdracht van openbare betrekkingen aan vreem-

1) Art. 5, le lid (art. 6, le G.W. 1848). Ieder Nederlander is tot elke landsbediening benoembaar.

Sluiten