Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat de techniek der verkiezingen aangaat heeft de wet van 1896 een groote verandering gebracht. Zij heeft het zoogenaamde couloirstelsel ingevoerd en de daarmede nauw verbonden verplichte candidaatstelling. De wet onderscheidt verkiezing en stemming. Op den dag der verkiezing kunnen bij den burgemeester der gemeente, welke de hoofdplaats is van het kiesdistrict, of waarin het geheele kiesdistrict gelegen is, opgaven van candidaten worden ingeleverd, welke opgaven door ten minste veertig kiezers, bevoegd tot deelneming aan de verkiezing moeten zijn onderteekend ')2). Is slechts één candidaat opgegeven, dan wordt deze door den burgemeester benoemd verklaard 3).

Zijn er meer candidaten, dan heeft uiterlijk binnen veertien dagen de stemming plaats 4). Hiertoe ontvangen de kiezers ten minste drie dagen te voren een oproeping 5); een stembiljet ontvangen zij eerst van het stembureau waarheen zij zich hebben begeven en waar zij de ontvangen oproepingskaart moeten inleveren 6).

Het stembiljet bevat de namen der candidaten in alphabetische volgorde, terwijl voor eiken naam zich een zwart stemvak bevindt, waarin een wit stipje 7). De kiezer begeeft zich met dit biljet onverwijld naar een niet in gebruik genomen lessenaar, zooals er meerdere aan weerszijden van de tafel waaraan het stembureau gezeten is, geheel van elkaar afgescheiden, buiten de voor het publiek toegankelijke ruimte geplaatst zijn en stemt door het witte stipje voor den naam van den candidaat zijner keuze zwart te maken met een daarvoor op den lessenaar aanwezig potlood.

Hij wordt daarna tot de stembus toegelaten, waarin hij het toegevouwen stembiljet werpt, nadat de voorzitter van het stembureau, zonder het stembiljet in handen te nemen, zich overtuigd heeft, dat het aan de buitenzijde de gestempelde handteekening van den burgemeester draagt 8).

1) Kieswet art. 51.

2) Als liet aantal kiezers voor leden van de Provinciale Staten of den gemeenteraad minder dan 2000 bedraagt, dan wordt de onderteekening vereischt van ten minste Vm> gedeelte van het aantal dier kiezers. (Prov. wet art 8, Gemeentewet art. 10).

3) Kieswet art. 132. Vergelijk ook de analoge artikelen Prov. wet art. 8, Gemeentewet art. 10.

4) Kieswet art. 133; Prov. wet art. 8bis-, Gemeentewet art. 10bis.

5) Kieswet art. 55. 6) Artt. 74—7ti. 7) Artt. 72, 77. 8) Artt. 69, 77.

Sluiten