Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot den Nederlandschen troon geroepen wordt, een regeerend vorst is of tot een andere kroon gerechtigd is, hij zal hebben te kiezen, daar de Nederlandsche Grondwet het vereenigen eener vreemde kroon met die van Nederland verbiedt.

Dat voor Luxemburg eene uitzondering wordt gemaakt, is eene bepaling die nog slechts historische beteekenis bezit en bij een volgende herziening uit de Grondwet gelicht behoort te worden.

In geen geval mag overigens de zetel der regeering buiten het Rijk worden verplaatst '). Waar eigenlek die zetel der regeering gevestigd is wordt nergens gezegd. Het is een uiterlijk waarneembaar feit. Men zal er niet onder moeten verstaan de plaats waar de koning is, want tal van regeeringsstukken zijn in 't buitenland geteekend, maar de plaats waar de regeeringscolleges gevestigd zijn.

Ten slotte noemen wij bij de reeds besproken algemeene regelen, waardoor de erfopvolging beheerscht wordt, nog de artikelen 16 en 17, waarvan het eerste luidt: „Afstand van de Kroon heeft ten opzigte van de opvolging hetzelfde gevolg als overlijden", terwijl het tweede bepaalt: „Het kind, waarvan eene vrouw zwanger is op het oogenblik van het overlijden des Konings, wordt ten opzichte van het recht op de Kroon als reeds geboren aangemerkt. Dood ter wereld komende wordt het geacht nooit te hebben bestaan."

Het kan voorkomen, dat zonder het grondwettige erfrecht direct ter zijde te stellen, het wenschelijk is eenige wijziging daarin te brengen, om aldus een persoon die minder geschikt geacht wordt de Kroon te dragen, uit te kunnen sluiten en een anderen erfgerechtigde in zijne plaats te kunnen roepen 2).

sprong neemt op gelijke wijze en met dezelfde gevolgen als het Huis van Oranje-Nassau dit volgens art. 10 doet uit wijlen Koning Willem Frederik, Prins van Oranje-Nassau.

Ditzelfde geldt in het geval van art. 15 ten opzigte van de aldaar bedoelde nakomelingen van wijlen Prinses Carolina van Oranje.

Het geldt evenzeer ten aanzien van de nakomelingen der vrouw, die bij opvolging tot de Kroon is geroepen, met dien verstande, dat de Kroon eerst bij geheele ontstentenis van die nakomelingen in de volgende lijn van het btamhuis, waartoe die vrouw door geboorte behoorde, overgaat.

1) Art. 23. De Koning kan geen vreemde Kroon dragen, met uitzondering van die van Luxemburg.

In geen geval kan de zetel der regeering buiten het Rijk worden verplaatst.

2) Zie Buys t. a. p. Hl, bladz. 63 v.

Sluiten