Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het gemak en de deugdelijkheid der regeling is in de practijk gebleken. In korten tijd zijn de bepalingen in quaestie tweemalen toegepast ').

Te dezer plaatse behooren wij nog melding te maken van de gevallen, waarin de Raad van State het Koninklijk gezag waarneemt 2), waarvan wij reeds een enkel hebben leeren kennen. Art. 45 der Grondwet bepaalt daaromtrent het volgende: „Het Koninklijk gezag wordt waargenomen door den Raad van State:

1°. bij het overlijden des Konings, zoolang niet in de troonopvolging volgens art. 21 is voorzien, voor den minderjarigen Troonopvolger geen Regent is benoemd, of de Troonopvolger of Regent afwezig is;

2°. in de gevallen van artt. 40 en 44, zoolang de Regent ontbreekt of afwezig is; en bij overlijden van den Regent, zoolang zijn opvolger niet benoemd is en het Regentschap aanvaard heeft;

3°. ingeval de troonopvolging onzeker is en de Regent ontbreekt of afwezig is.

Deze waarneming houdt van regtswege op, zoodra de bevoegde Troonopvolger of Regent zijne waardigheid heeft aanvaard.

schap waar te nemen. zijn de artt. 38 2de lid, 39 en 40 toepasselijk.

Is de opvolging in het Regentschap niet geregeld, dan wordt art. 37, lste lid, toegepast.

1) 3 April 1889 (Stbl. n°. 33), besluit van de Staten-Generaal in vereenigde vergadering krachtens art. 40 der Grondwet; 4 April 1889 (Stbl. n°. 34), besluit, waarbij door den Raad van State, krachtens artikel 45 2° van de Grondwet, waarnemende het Koninklijk gezag, ter algemeene kennis wordt gebracht, dat hij de waarneming, in naam des Konings, van het Koninklijk gezag aanvaard heeft: 2 Mei 1889 (Stbl. n°. 43), besluit van de Staten-Generaal in vereenigde vergadering krachtens art. 47 der Grondwet.

29 October 1890 (Stbl. n°. 155), besluit van de Staten-Generaal in vereenigde vergadering, krachtens art. 40 der Grondwet; 30 October 1890 (Stbl. n°. 156), besluit als boven van den Raad van State; wet van 14 November 1890 (Stbl. n°. 170) houdende benoeming van eene Regentes. 20 November 1890 (Stbl. n°. 175), proclamatie, betreffende de aanvaarding van het Regentschap door Hare Majesteit Koningin Emma; 24 November 1890 (Stbl. n°. 177), proclamatie betreffende de komst tot den Troon van Hare Majesteit Koningin Wilhelmina en van de aanvaarding van het Regentschap door Hare Majesteit de Koningin-Weduwe Emma. — Dit laatste ingevolge de wet van 2 Augustus 1884 (Stbl. n°. 188).

2) De Raad van State het Koninklijk gezag waarnemende heeft niet het recht de Staten-Gem'raal t<3 ontbinden.

Sluiten