Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der natie, dan ontslaat hij het, en kiest hij nieuwe raadslieden. Meent hij echter, dat de Vertegenwoordiging ten onrechte het regeeren onmogelijk maakt, ten onrechte eene belangrijke regeeringsdaad tegenhoudt, dan heeft hij het recht, haar te ontbinden. „De Koning is in geene regeeringshandeling meer als Koning werkzaam, dan wanneer er botsingen tusschen de ministers en volksvertegenwoordigers ontstaan. Op zijn verheven standpunt is hij dan geroepen, om die botsingen te doen eindigen, op de wijze als het belang des lands hem toeschijnt te vorderen. Hij is hierin bij uitnemendheid de hoogste macht" ').

Eene ontbinding der StatenGeneraal is in elk land, maar zeker in eenen kleinen Staat, een hoogst gewichtig feit, omdat het een beroep is op de natie in het hoogste ressort.

Alleen dan, wanneer bij den Koning de overtuiging vaststaat, dat de Volksvertegenwoordiging eenen onwaardigen strijd voert tegen een ministerie, hetwelk naar zijne meening het vertrouwen der natie geniet, wanneer hij van oordeel is, dat het ministerie een beter inzicht heeft in het belang van het volk, dan de Volksvertegenwoordiging en verwacht, dat de uitspraak der verkiezingen de juistheid van dat oordeel zal bevestigen, kan en moet hij tot de ontbinding overgaan.

Heeft de natie uitspraak gedaan en blijkt dan uit de verhouding der partijen, dat het ministerie in het ongelijk wordt gesteld, dan blijft den Koning niet anders over, dan den wenk, die daarin ligt opgesloten, op te volgen, het ministerie, dat het vertrouwen deimeerderheid niet bezit, te ontslaan, en een nieuw kabinet te vormen.

1) De Bosch Kemper, t. a. p. bladz. 302.

Hoe vrij de Koning evenwel zij in de keuze der hier geschetste middelen, toch worden ook in dezen de regeeringsdaden door de ministerieele verantwoordelijkheid beheerscht. De Koning heeft dus ook hierbij de medewerking van ministers noodig. Kiest hij het ontslag van het ministerie, zoo moet hij een nieuw ministerie hebben, om het besluit van ontslag van het vorige te kunnen doen contrasigneeren. Dit geschiedt aldus: de minister, wiens portefeuille door den forniator van het nieuwe kabinet overgenomen zal worden, wordt ontslagen en laatstgenoemde in zijn plaats benoemd. Dit besluit wordt door een der ministers van het oude kabinet gecontrasigneerd. De nieuwbenoemde minister, kabinetsformator, contrasigneert vervolgens het besluit, waarbij de overige leden van het oude kabinet worden ontslagen en die van het nieuwe worden benoemd.

Sluiten