Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan den Koning is opgedragen de zorg voor de onafhankelijkheid en de eer van het vaderland. Op dien grond heeft hij het recht oorlog te verklaren. Maar ook bij de uitoefening van dit recht is hij aan de verplichting onderworpen, daarvan onmiddellijk kennis te geven aan de Staten-Generaal, waarbij hij dan tevens de motieven moet ontwikkelen, die hem daartoe hebben geleid, voor zoover zij zonder gevaar voor het algemeen belang openbaar gemaakt kunnen worden 1). Die mededeeling sluit als het ware in zich, dat de StatenGeneraal de bevoegdheid hebben, hun oordeel over de al of niet doelmatigheid van den oorlog uit te spreken, en daar geen krijg gevoerd kan worden zonder het geld van den Staat, en geene uitgaven kunnen gedaan worden, dan ingevolge eener wet, en dus met medewerking der Vertegenwoordiging, wordt het recht des Konings, om eenen oorlog te voeren, ondergeschikt aan het goedvinden der Staten-Generaal. Het is waar, de Koning zou, krachtens art. 58, uit eigene beweging den oorlog kunnen verklaren, en daardoor de Vertegenwoordiging voor een voldongen feit stellen, dat haar zou noodzaken de gelden toe te staan; maar bij de verantwoordelijkheid der ministers, die ook eene zoodanige oorlogsverklaring moet beheerschen, is het zeer onwaarschijnlijk, dat lichtvaardig van deze bevoegdheid zou worden gebruik gemaakt.

Er is echter meer. Immers, de Koning is niet bevoegd op eigen gezag, vreemde troepen in dienst te nemen 2). Ons leger bestaat voornamelijk uit miliciens, wier diensttijd slechts een beperkt aantal jaren duurt, en die slechts gedurende een gedeelte van het jaar te zamen komen, om geoefend te worden. Zonder overleg met de Staten-Generaal kunnen zij niet langer in dienst gehouden worden, en evenzeer behoeft de Koning eene wet, om ze buitengewoon op

mede aan de beide Kamers der Staten-Generaal. zoodra Hij oordeelt dat het belang van den Staat dit toelaat.

1) Art. 58. De Koning verklaart oorlog. Hij geeft daarvan onmiddellijk kennis aan de beide Kamers der Staten-Generaal, met bijvoeging van zoodanige mededeelingen, als Hij met het belang van den Staat bestaanbaar acht.

2) Art. 182. Vreemde troepen worden niet dan krachtens eene wet in dienst genomen.

Onder vreemde troepen worden geen individuen maar georganiseerde korpsen verstaan. Zie Arntzenius, Handelingen over de Herziening deiGrondwet, III, blz. 108.

Sluiten