Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de inzichten of wenschen van bijzondere personen. De Koning kan echter deze bevoegdheid niet uitoefenen, dan na het advies te hebben ingewonnen van den rechter daartoe bij algemeenen maatregel van bestuur aangewezen ').

De Grondwet heeft den Koning slechts het recht toegekend tot het verleenen van gratie. Voor amnestie en abolitie 2) is eene wet noodig. Terwijl men onder abolitie heeft te verstaan de kwijtschelding van de vervolging eener misdaad, beteekent amnestie de wettelijke verklaring, dat de op een of meer bepaalde misdrijven gestelde stiaffen niet zullen worden toegepast, wanneer deze misdrijven bedreven zijn in bepaalde tijdsomstandigheden. Meestal komen abolitie en amnestie te pas voor staatkundige misdrijven.

s Koning« recht van dispensatie 3). „De wetten zijn onschendbaar" zegt het -e lid van art. 121. Niemand kan dus van de verplichting tot gehoorzaamheid aan de wet worden ontslagen. Allen zijn voor de wet gelijk. Doch er zijn omstandigheden, welke het noodig maken,

1) Art. 68, 2° lid. Hij oefent dat regt uit na het advies te hebben ingewonnen van den regter daartoe bij algemeenen maatregel van bestuur aangewezen.

Aan dit voorschrift is voldaan door het K. B. van 13 Dec. 1887 (Stbl. n°. 215), waarbij is bepaald, dat voor vonnissen in Europa gewezen het advies zal worden ingewonnen van den rechter, die de straf heeft opgelegd, tenzij sedert meer dan drie jaren zijn verloopen, in welk geval het advies moet worden gevraagd van de Kamer voor Strafzaken van den Hoogen Raad. Wat betreft vonnissen in de koloniën of door een consulairen rechter gewezen, wordt het advies ingewonnen van de Kamer voor Strafzaken van den Hoogen Raad, behalve bij doodvonnissen als wanneer de Hooge Raad in pleno adviseert. Over verzoek om gratie van militaire vonnissen wordt het Hoog Militair Gerechtshof gehoord, bij doodvonnissen tevens de Hooge Raad.

2) Art. 68, 3e lid. Amnestie of abolitie worden niet dan bij eene wet toegestaan.

3) Art. 69. Dispensatie van wetsbepalingen kan door den Koning slechts worden verleend met magtiging van de wet.

De wet, welke deze magtiging verleent, noemt de bepalingen, waarover de bevoegdheid tot dispensatie zich uitstrekt.

Dispensatie van bepalingen van algemeene maatregelen van bestuur is toegelaten voor zoover de Koning Zich de bevoegdheid daartoe bij den maatregel uitdrukkelijk heeft voorbehouden.

Sluiten