Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en de ambtenaar eenigszins beveiligd wordt tegen een ontslag, b.v. omdat zijne politieke richting aan de Regeering ongevallig is, zouden wij toch het liefst zien, dat ook dit onderwerp by de wet geregeld werd.

HOOFDSTUK III.

DE STATEN-OENERAAL.

Het denkbeeld eener deelneming van het volk aan de regeering is zeer oud. Reeds de Germaansche stammen hielden volksvergaderingen >). Onder de eerste Frankische koningen kwamen edelen en niet-edelen in het open veld bijeen om over hunne belangen te beraadslagen. Steeds ging men van het beginsel uit, dat het volk recht had mede invloed uit te oefenen op de regeering. De verandering welke de maatschappij, tengevolge van het leenstelsel onderging , bracht in de toepassing van dit beginsel eene wijziging. Toen de volksvergaderingen ophielden te bestaan, vond het gezag van den Landsheer aanvankelijk eene natuurlijke beperking in het toenemend aanzien zijner leenmannen. Later ontstond tengevolge van de macht en den rijkdom der steden een natuurlijke band tusschen deze en den Landsheer. Voor de hulp, die zij hem verleenden tot bekostiging zijner staatshuishouding, eischten zij echter allerlei belangrijke privilegiën en rechten, waaraan zij niet slechts kracht ontleenden bij het verzet tegen de edelen, maar tevens bij de geleidelijke vorming van eenen afzonderlijken stand.

Wanneer in de Nederlandsche gewesten voor het eerst eene vertegenwoordiging öf der edelen öf der steden is ontstaan, kan moeilijk beslist worden. Zeker is het, dat zij van lieverlede ontstaan is; waarschijnlijk heeft het voorbeeld van hetgeen men elders zag, een grooten invloed uitgeoefend. Engeland toch bezat reeds in het begin der dertiende eeuw door zijn Magna Charta eene soort van Volksvertegenwoordiging. Holland en Zeeland, Vlaanderen en Brabant, onderhielden al vroeg handelsbetrekkingen met dat Rijk, en vreemd zou het niet zijn geweest, als de bewoners van die gewesten de vruchten van zulk een stelsel weldra hadden leeren waardeeren.

1) Zie blz. 2.

Sluiten