Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dering hakende minvermogenden en den vertegenwoordigers van het roerend vermogen. Daartegenover achtte men het raadzaam invloed toe te kennen aan het vaste, uit zijnen aard conservatieve bezit, met name het grondbezit.

In 1887, bij de grondwetsherziening, had de ervaring voldoende geleerd, dat hoe men vroeger ook mocht gedacht hebben over de noodzakelijkheid een bolwerk tegen de Tweede Kamer op te werpen, van dit standpunt bezien een Eerste Kamer geen reden van bestaan had. Zij had echter tevens geleerd, dat haar behoud om andere redenen wenschelijk was. Men had ondervonden, dat in de splitsing van de Volksvertegenwoordiging in twee kamers de beste waarborg is te vinden voor de vervulling harer roeping. Door het onderhoek in tweede instantie waaraan de wetsontwerpen voor hunne bekrachtiging door den Koning worden onderworpen, wordt het gezag der wet verhoogd. Dit geldt inzonderheid die wetten, welke in de Tweede Kamer en daarbuiten door eene krachtige minderheid worden bestreden. Ook heeft de Eerste Kamer wel eens in tijden van opgewekten staatkundigen hartstocht medegewerkt om gevaarlijke proefnemingen te keeren ')•

Er werd dan ook niet meer over gedacht haar af te schaffen. Wel werd een voorstel gedaan om de wijze van samenstellen een ingrijpende verandering te doen ondergaan door het beginsel der rechtstreeksche verkiezingen ook op haar toe te passen, doch het daartoe strekkende amendement werd met groote meerderheid van stemmen verworpen.

De wijziging heeft zich dientengevolge er toe beperkt om, nu het ledental der Tweede Kamer tot 100 werd uitgebreid 2), het cijfer voor de Eerste Kamer op 50 te brengen 3) en voorts den kring voor de verkiesbaarheid ruimer te trekken. Men gevoelde namelijk de wenschelijkheid om aan de Provinciale Staten bij hunne keuze meer vrijheid te verschaffen.

Rationeel ware het geweest, wanneer men hen daarin volkomen vrij had gelaten en de passieve beperking voor de verkiezing van leden voor de Eerste Kamer geheel had laten vervallen. Eene poging daartoe is echter op het verzet der Regeering afgestuit. Men heeft

1) Zie ook over de positie der Eerste Kamer, Mr. W. M. H. Boers, De tegenwoordige organisatie van den Nederlandschen Staat.

2) Art. 81, al. 1. De Tweede Kamer bestaat uit honderd leden, die gekozen worden in kiesdistricten.

3) Art. 82, al. 1. De Eerste Kamer bestaat uit vijftig leden.

Sluiten