Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oi zich toe bepaald de verkiesbaarheid uit te breiden tot hen, die eene of meer hooge en gewichtige openbare betrekkingen, bij de wet aangewezen, bekleeden of bekleed hebben, terwijl het aantal der hoogstaangeslagenen vermeerderd is door het van één op de drieduizend zielen te brengen op één op iedere vijftienhonderd ')•

De wet, welke uitvoering heeft gegeven aan het grondwetsartikel (wet van 12 Augustus 1890, Stbl. n°. 148) heeft het bezwaar in de dubbele beperking gelegen zoo gering mogelijk gemaakt door de bepaling, dat ook zij die lid van de Tweede Kamer zijn of geweest zijn in de termen vallen om tot lid van de Eerste Kamer verkozen te worden.

In den laatsten tijd zijn er weder stemmen opgegaan om tot een andere wijze van samenstellen der Eerste Kamer te geraken. Hiervoor worden in hoofdzaak de volgende gronden aangevoerd.

Al moet men toegeven, dat de Eerste Kamer over het algemeen door een wijs en bezadigd optreden conflicten heeft weten te vermijden, zoo is de mogelijkheid daarvan tusschen twee politieke lichamen als de beide takken der Volksvertegenwoordiging niet uitgesloten.

Een zoodanig conflict zal zich kunnen voordoen in den vorm van een politiek verschil tusschen Eerste Kamer en Regeering, doch wanneer deze het vertrouwen der Tweede Kamer geniet, is het in den grond een gebrek aan overeenstemming tusschen beide Kamers. Wat zal dan moeten geschieden? Van een aftreden van het ministerie kan in dat geval geen sprake zijn, de meest voor de hand liggende oplossing zou dus zijn de Eerste Kamer te ontbinden. Van een dergelijken maatregel is evenwel niet veel heil te verwachten. De kiezers voor de Eerste Kamer, de Provinciale Staten, zijn niet in de eerste plaats politieke lichamen, zij zelve worden om de drie jaren slechts voor de helft vernieuwd, er is dus geen enkele reden om aan te nemen, dat zij een zuivere beslissing in

1) Art. 90. Om lid der Eerste Kamer te kunnen zijn, moet men voldoen aan de vereisohten voor het lidmaatschap van de Tweede Kamer gesteld en bovendien öf behooren tot de hoogstaangeslagenen in de Rijks directe belastingen óf eene of meer hooge en gewigtige openbare betrekkingen, bij de wet aangewezen, bekleeden of bekleed hebben.

Het getal der hierboven bedoelde hoogstaangeslagenen wordt in elke provincie bepaald tot één, die tevens do algemeene vereischten bezit om lid der Staten-Generual te zijn, op iedere vijftien honderd zielen.

Sluiten