Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Omtrent deze vereeniging voorzooverre hot betreft krijgslieden in werkelijken dienst bevat het grondwetsartikel zelf eene regeling; gedurende den tijd van hun lidmaatschap zijn zij van rechtswege op non-activiteit. Eerst nadat een krijgsman opgehouden heeft lid der Staten-Generaal te zijn, keert hij weder tot den actieven dienst terug. Hij is stipte gehoorzaamheid schuldig aan zijne chefs. ,. Wanneer zijn overste hem verlof weigert, zal hij zijne plaats in de Kamer niet kunnen innemen" '). Ook kon hij daar onder zekeren invloed verkeeren, die inbreuk zou maken op zijne onafhankelijkheid.

Tot meerderen waarborg van de zelfstandigheid des vertegenwoordigers strekt verder het voorschrift, dat de leden der Staten-Generaal, die tot een bezoldigd staatsambt benoemd, of tot eene hoogerebetrekking in staatsdienst bevorderd worden, verplicht zijn, het lidmaatschap van de Staten-Generaal neder te leggen, ofschoon zij weder verkiesbaar zijn 2). Het is toch geen ongewoon verschijnsel, dat regeeringen leden der oppositie door min of meer voordeelige betrekkingen tot zwijgen of tot het verzaken van hunne zelfstandigheid trachten over te halen. Ware het geoorloofd, om bij een dergelijk gunstbetoon zitting te blijven houden zonder eene hernieuwde verkiezing te ondergaan, het vertrouwen op 'sLands Vertegenwoordiging zou licht gefnuikt worden, terwijl bovendien de Regeering het in hare macht zou hebben, deze in eene bureaucratie te doen ontaarden.

De Grondwet spreekt van een bezoldigd staatsambt; onbezoldigde betrekkingen vallen dus niet in deze categorie. Voor het overige is het onverschillig, van wien de benoeming uitgaat en uit welke kas — van den Staat, van de provincie of van de gemeente — de bezoldiging vloeit; genoeg is het, indien het eene staatsbetrekking is, en dat deze bezoldigd wordt. De vraag heeft zich voorgedaan, of het burgemeesterschap onder deze bepaling valt. Na eenige weifeling hebben de Staten-Generaal een ontkennend antwoord gegeven , ofschoon het niet te ontkennen is, dat de burgemeester althans voor een deel staatsambtenaar is.

Zooals het artikel thans luidt is het bij herbenoeming tot een

1) Verslag der Commissie van 17 Maart 1848.

2) Art. 96 al. 4. Zij die na hunne verkiezing tot lid van de StatenGeneraal een bezoldigd Staatsambt, dat zij niet reeds tijdens die verkiezing vervulden, aannemen, verliezen van regtswege het lidmaatschap, maar zijn herkiesbaar.

Sluiten