Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volgde dit voorstel, en zoo vinden wij sedert 1848 de bepaling in de Grondwet ')■ In 1884, bij de wet van 26 April, Stbl. n°. 92, is artikel 92 van de wet op de Rechterlijke Organisatie hiermede in overeenstemming gebracht en bepaald, dat de Hooge Raad zoowel zal oordeolen over de ambtsmisdrijven als over de ambtsovertredingen door de in art. 164 der Grondwet bedoelde personen begaan.

Ook hier geldt en met nog meer recht, hetgeen wij boven met betrekking tot het recht van voordracht schreven: het recht van vervolging behoort eigenlijk aan de Staten-Generaal. Het vervolgen van ambtsmisdrijven is een hoogst gewichtige handeling. Het voorstel daartoe mag nimmer het gevolg zijn van politieken hartstocht. Het moge van de Tweede Kamer uitgaan, het besluit zelf zou naar ons oordeel door eene vereenigde zitting der beide Kamers moeten genomen worden.

Van welke ambtenaren kan de Tweede Kamer de vervolging gelasten? Art. 164 noemt hen op: de leden der Staten-Generaal, de ministers, de Gouverneurs-Generaal van de koloniën of bezittingen des Rijks in andere werelddeelen, of onder welken titel zij het bestuur aldaar uitoefenen, de leden van den Raad van State en de Commissarissen des Konings. ')

Het artikel heeft bij de laatste herziening nog deze verbetering ondergaan, dat thans uitdrukkelijk vermeld wordt, dat de ambtsmisdrijven hier bedoeld moeten gepleegd zijn in die betrekkingen, welke het artikel noemt en voorts bepaald is, dat de gemelde ambtenaren ook na hun aftreden ter zake van deze ambtsmisdrijven voor den Hoogen Raad zullen terecht staan. Op de vraag, wat men onder ambtsmisdrijven heeft te verstaan, vindt men een antwoord in den achtentwintigsten titel van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, terwijl door de bovengenoemde wet van 26 April 1884 nog bepaald is, dat overeenkomstig art. 44 W. v. S.R. onder ambtsmisdrijven en ambtsovertredingen mede worden verstaan die

1) Art. 164, 1S,B lid. De leden der Staten-Generaal, de hoofden deiministeriele departementen, de gouverneurs-generaal rti de hooge ambtenaren onder anderen naam met gelijke magt bekleed in de koloniën of bezittingen des Rijks in andere werelddeelen. de leden van den Raad van State, en de Commissarissen des Konings in de provinciën staan wegens ambtsmisdrijven in die betrekkingen gepleegd, ook na hunne aftred ing, te regt voor den Hoogen Raad ter vervolging lietzij van 's Konings wege, lietzij van wege de Tweede Kamer.

Sluiten