Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

orde de wijze van behandeling der ingekomen voorstellen vast te stellen, hetgeen voorzeker eene verbetering is te noemen, daar de vroegere bepaling de keuze van een ander stelsel van beraadslaging, indien men meende daardoor tot een betere voorbereiding te kunnen geraken, in den weg stond ').

Ook in de nieuwe reglementen van orde na de laatste Grondwetsherziening vastgesteld wordt aan het onderzoek in de afdeelingen vastgehouden. Elke Kamer verdeelt zich daartoe bij loting in vijf afdeelingen, welke in de Tweede Kamer om de twee, in de Eerste om de drie maanden worden gevormd. Elke afdeeling benoemt een voorzitter en een vice-voorzitter. De vijf voorzitters der afdeelingen vormen met den voorzitter der Kamer, die tot geen der afdeelingen behoort, de centrale sectie.

Deze centrale sectie regelt, behoudens de beslissing der Kamer, de volgorde, waarin de verschillende aanhangige ontwerpen zullen worden behandeld.

Elke afdeeling benoemt een harer leden tot rapporteur over het voorstel. Wanneer nu het onderzoek der afdeelingen is afgeloopen komen deze rapporteurs in commissie bijeen om elkaar mede te deelen, wat in de afdeelingen omtrent het ontwerp is opgemerkt. Naar aanleiding hiervan wordt door hen een verslag opgemaakt, dat naar gelang van de belangrijkheid van het ontwerp een eindverslag of een voorloopig verslag is. In dit verslag worden de verschillende gevoelens, die bij de behandeling van het ontwerp zijn geopperd, zooveel mogelijk uitgedrukt. Elk lid heeft, mits in de afdeeling tegenwoordig zijnde, de bevoegdheid in eene bijzondere nota of memorie zijn gevoelen nader te ontwikkelen, welke nota of memorie bij het verslag gevoegd wordt. De commissie van rapporteurs heeft de bevoegdheid met den minister, tot wiens departement het wetsontwerp behoort, in overleg te treden, zoo mondeling als schriftelijk. Zij kunnen dan hun eigen zelfstandig oordeel ontwikkelen, en bereiden dus de beraadslaging voor. Het verslag wordt aan den minister gezonden die het beantwoordt met eene memorie, waarin hij nader zijne gronden ontwikkelt. Wanneer het verslag der Tweede Kamer hem daartoe aanleiding

1) Art. 111. Aan de openbare beraadslaging over eenig ingekomen voorstel des Konings gaat altijd een onderzoek van dat voorstel vooraf.

De Kamer bepaalt in haar Reglement van Orde de wijze, waarop dit onderzoek zal worden ingesteld.

Sluiten