Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schriftelijk verslag aan de Regeering. welke daarop, desverkiezende, zoowel schriftelijk als mondeling met haar in overleg kan treden. Na afloop van dat overleg wordt een verslag uitgebracht, dat een samenvatting is van hetgeen van de zijde der Kamer zoowel als van die der Regeering, zoowel mondeling als schriltelijk is te berde gebracht. Bovendien bevat het de ontwerpen der wijzigingen die de commissie in het wetsvoorstel raadzaam acht. Het gevoelen van de minderheid wordt er in opgenomen. (Zie art. 41 Regl. Ile K.)

In het Reglement van orde der Eerste Kamer is een dergelijke wijze van onderzoek niet bekend. Toch wordt ook daar wel de voorbereiding aan een dergelijke commissie opgedragen. Deze treedt echter na het afdeelingsonderzoek op als een gewone commissie van rapporteurs.

Door de grootere vrijheid welke aan de commissie van voorbereiding is gegeven, nadert deze wijze van onderzoek het stelsel der zoogenaamde zelfstandige rapporteurs, dat echter in de reglementen van orde der beide Kamers niet wordt gekend. Reeds voor de laatste Grondwetsherziening heeft men met dit stelsel een proef genomen bij de behandeling van het Wetboek van Strafrecht en bij het onderzoek van ontwerpen op de militie en schutterij in 1882 aanhangig. Het voordeel van deze methode van werken is, dat de leiding in handen is eener commissie van deskundigen, waardoor de behandeling in degelijkheid zeer veel wint, daar zij ook bij de openbare beraadslaging een grooten invloed uitoefenen o. a. ten aanzien deiin te dienen amendementen. Vrees dat deze rapporteurs te groote macht zouden verkrijgen is hoogstwaarschijnlijk de reden waarom dit stelsel tot nog toe niet is aanvaard.

Na afloop van het voorbereidend onderzoek volgt de openbare behandeling.

De beraadslaging in de Tweede Kamer is tweeledig: zij bepaalt zich in de eerste plaats tot het onderwerp in het algemeen (de algemeene beschouwingen), daarna tot de bijzondere artikelen en de beweegredenen van het voorstel. Sedert 1887 kunnen de ministers zich bij de verdediging hunner voorstellen in de openbare vergadering doen bijstaan door regeeringscommmissarissen. ')

1) Art. 110, 2e lid. Hij (de Koning) kan aan bijzondere door Hem aangewezen Commissarissen opdragen de Ministers bij het behandelen van die voorstellen in de vergaderingen der Staten-Generaal bij te staan.

Sluiten