Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dan eerst is het pleit voldongen en kan de wet naar buiten werken. Zooals wij hebben gezien is hiervoor echter nog noodigde afkondiging, de eerste daad van het uitvoerend gezag 2).

„De wetten zijn onschendbaar," zegt het 2® lid van art. 121. Wat bedoelt men met deze uitdrukking, welke noch in de vorige Grondwetten, noch in het ontwerp der Commissie van 17 Maart voorkwam, doch op voorstel der Regeering in 1848 is opgenomen? De Regeering gaf daaraan deze uitlegging: „Zij plaatst de wet boven alle bedenking: zij waarborgt haar tegen elke aanranding, zoowel van de uitvoerende en rechterlijke macht, als van de plaatselijke autoriteiten , aan wie alleen, behoudens de wet, het vaststellen van plaatselijke verordeningen is toegekend." Een gevolg van den regel, dat de wetten onschendbaar zijn, is vooreerst dat de wet geacht wordt goed te zijn, zoodat niemand den Staat eene actie kan aandoen, op grond dat hij door de wet benadeeld is; en ten andere, dat de wet uitgevoerd en toegepast moet worden, en dat iedereen aan haar onderworpen is. Ook de rechterlijke macht is verplicht, zich aan haar te houden, en haar toe te passen, zelfs dan wanneer, naar het oordeel des rechters, strijd bestaat tusschen de wet en de Grondwet. Deze gevolgtrekking is daarom te meer noodzakelijk, omdat anders geene vastheid en orde in den Staat mogelijk zijn. Had elk ingezetene de bevoegdheid, aan eene wet de kracht der verbindbaarheid te ontzeggen, op grond dat zij in strijd is met de Grondwet, het gevolg zou zijn, dat aan de wetgevende macht alle aanzien en kracht ontnomen werden. Had de rechterlijke macht de bevoegdheid, om de toepassing eener wet te weigeren, op grond van denzelfden strijd, dan ware zij boven de wetgevende macht geplaatst. De eenige macht, welke aan de wet hare verbindende kracht kan ontnemen, is dezelfde, die haar in het leven riep: de wetgevende macht.

„De wetten zijn onschendbaar;" hier worden alleen de wetten

niet goedkeurt. Die kennisgeving geschiedt met een der volgende formulieren :

„De Koning bewilligt in het voorstel."

of:

„ De Koning houdt het voorstel in overweging."

2) Art. 121, ls,c lid. Alle voorstellen van wet, door de Staten-Generaal aangenomen en door den Koning goedgekeurd, verkrijgen kracht van wet en worden door den Koning afgekondigd. Zie blz. 125.

Sluiten