Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gemaakt van de verschillende takken van bestuur, welke zij omvatten. Wij mogen dus daarnaar verwijzen.

Aan de staatsschulden behooren wij echter hier ter plaatse eenige beschouwingen te wijden.

De Staat vindt de middelen, om zijne uitgaven te bestrijden, voor een deel uit de opbrengst zijner eigen bezittingen (domeinen), voor een ander deel uit de opbrengst van staatsinrichtingen, bijv! de posterij, de telegrafie, de loterij enz., terwijl het ontbrekende, het grootste gedeelte, uit de belastingen gevonden moet worden.

Er kunnen echter omstandigheden plaats vinden, die uitgaven noodzakelijk maken, welke niet bestreden kunnen worden uit de gewone ontvangsten, wanneer bijv. een oorlog uitbreekt, of wanneer ten algemeenen nutte werken tot stand moeten gebracht worden, waarvoor de gewone middelen niet toereikende zijn, bijv. het droog! maken van meren, het aanleggen van spoorwegen en dergelijke. In deze gevallen is de Staat verplicht, zijne toevlucht te nemen tot geldleeningen, waarvan hij de rente belooft te betalen.

Bij het uitschrijven eener leening moet men voorzichtig te werk gaan '). De Regeering, die het voorstel doet, en de Vertegenwoordiging, die het aanneemt, moeten zich de vraag stellen, in hoever de drang der omstandigheden of het belang der natie een dergelijken maatregel wettigt. Eene leening ten behoeve van oorlogskosten, wanneer het niet de verdediging van den vaderlandschen grond of de handhaving van ons gezag in de overzeesche bezittingen geldt, sleept even noodlottige gevolgen na zich, als een slecht of verkwistend beheer. In dat geval wordt niet slechts de rentelast vcinieerderd, zondei dat de kapitalen productief worden aangewend, maar ook het staatskrediet wordt aangetast. Anders is het met die geldleeningen, welke bijv. voor openbare werken worden gesloten, omdat deze bestemd zijn de volkswelvaart te bevorderen.

Ofschoon de staatsschulden in algemeenen zin schulden zijn, welke de Staat heeft te betalen, worden in engeren zin daarmede de geldleeningen bedoeld, welke de Staat heeft aangegaan.

In Nederland kende men al vroeg staatsschulden. Toen het stelsel van beden niet genoeg opbracht, bewoog de Landsheer de ingezetenen zijner gewesten, om onder hun zegel — d. i. de Staten of steden stelden zich tot borgen — gelden te zijnen behoeve op te nemen

1) Zie Mr. N. ü. Piebson, Leerboek der Staathuishoudkunde. Dl II Hoofdstuk IV, blz. 581 v.

Sluiten